terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering

Solo van noord naar zuid: de Amerika's - verslag van Adriaan

Mission: "Recover Motorcycle"

De stand van zaken

Tijdelijk invoerdocument Mijn motorfiets is achtergebleven in Costa Rica. De fiets was binnengebracht aan de noordgrens op een geautomatiseerd tijdelijk invoerdocument, dat op 8 mei 2010 afliep. Ik had in april 2010 contact gezocht met de Costaricaanse autoriteiten en die kwamen met het antwoord dat ik mijn motor voor 8 mei in bewaring moest geven bij de douane. Maar ikzelf kon onmogelijk de motor hanteren, noch wilde ik mijn motorgastheren ermee opzadelen. Ik had vlak na het ongeval al geweigerd het ding over te dragen aan lui in uniform omdat ik die wantrouw. Dat ik het meeste van mijn motor zou terugzien, dat geloofde ik wel, maar de bagage?

In september van 2010 was ik klaar om te gaan, toen mijn vader opnieuw in het ziekenhuis werd opgenomen met een vervolgcomplicatie van de ingrepen van één jaar eerder. Ik heb mijn vlucht toen afgezegd en heb mijn vader eerst bijgestaan.

Maar in april 2011 is het wel gelukt en kon mijn missie om mijn geliefde motorfiets terug te halen toch echt van start gaan. Als voorbereiding heb ik contact gezocht met advocaten en douane agenten in Costa Rica. Die kwamen telkens met eensluidende antwoorden: als de motor op de openbare weg wordt aangetroffen, dan zal de overheid haar in beslag nemen, wegens overtreding van de tijdelijke importregeling en onverzekerd rijden. Costa Rica verbeurt in dat geval een boete van USD 500 en de invoerrechten, die kunnen oplopen tot 75% van de waarde. Ik zou dan wel een (voor mij waardeloos) Costaricaans nummerbord krijgen, mijn duurste souvenir ooit. Niemand weet hoe ik de motor het land kan uitkrijgen zonder boetes en invoerrechten.

Op grote afstand is het lastig iets te regelen en dus moet ik het ter plaatse gaan doen (een Monninkhof wijsheid).


Bemoedigend

Albrook busterminal in Panamá Na een lange vliegreis, één nacht in een Panamees hotel en een tropisch-warme busreis sta ik op vrijdagmiddag 15:00 uur aan de grens met Costa Rica. Ik heb lang getwijfeld of ik op dit ongelukkig tijdstip (één uur voor het weekeinde) ambtenaren zal lastig vallen met mijn kwestie. Ikzelf ben ook moe.

De beambte achter het loket blijkt een vrouw te zijn. Nu moet ik de eerste corrupte vrouw nog steeds tegenkomen en dus besluit ik het eerst gewoon eens te vragen: daarvoor heb ik geen uitgeruste gewiekstheid nodig. De lokettiste besluit snel dat de vraag meer iets voor haar baas is en stuurt me door. De baas is een vrouw en haar baas is óók een vrouw. De twee zijn door het proces verbaal van de politie, mijn anamnese formulier, de ziekenhuisrekening, mijn lig-in-vliegtuigen-foto's, mijn uitreisstempel in mijn oude paspoort en de enorme celluloid plaat uit de CT scanner snel overtuigd.

"Uw geval is zonder meer speciaal", zeggen ze. "Er is wel een probleem: wij kunnen uw dossier met nummer 6451 niet afsluiten - dat kan alleen met instemming van onze juridische afdeling. En die zijn al naar huis. Maar maandag zullen die zeker beslissen dat het goed is." Ze regelen een lokale douane agent, die mijn probleem uiteenzet in een verzoekschrift, dat we direct nog indienen. Ik moet maandag terugkomen.

Mijn motor staat bij mensen, die een handvol kilometers van de grens wonen; ik zal er langs komen onderweg naar Ciudad Neily, de eerstvolgende grotere plaats in Costa Rica. Ik vraag de taxichauffeur even te stoppen en loop het terrein op. Daadwerkelijk! Mijn motor! Ze staat er nog steeds! Ik rammel wat aan het hek en een oude man verschijnt. "Goedemiddag, meneer, ik ben de eigenaar van die motor", stel ik me voor. "Wanneer is een goed tijdstip om terug te komen?". De man antwoordt dat de volgende ochtend 9:00 uur in orde is en ik begeef me weer naar de taxi.

"Tsjonge", zo denk ik een heel weekeinde lang, "zou ik werkelijk zoveel geluk hebben?"


Tegenslagjes en tegenslagen

Panamericana in Ciudad Neily Op de afgesproken tijd op zaterdagochtend sta ik naast mijn motor. De accu is zó leeg dat de boordklok is gestopt. Er werkt niks meer: de GPS, de fietskilometerteller, de thermometer: alles is dood. De oude man (de grootvader) heeft de motor vanochtend enigszins schoongemaakt, maar haar staat na een jaar onder een afdakje in de Tropen is slecht. Roest, mest, kakkerlakken, spinnennesten enzo hebben bezit genomen. Ik begin de accu uit te bouwen, zodat ik die ergens kan opladen. Voor het geval dat ik ooit zou worden overvallen en me alle bagage zou worden afgenomen, heb ik achter de accu een flinke som US Dollars verstopt. Onopvallend stop ik het onbeschadigde pakketje weg.

De vrouw des huizes (we noemen haar Maria) neemt mij en de accu mee naar Paso Cañoas (de grensplaats) op zoek naar een lader. Het laden zal even duren en Maria nodigt mij uit voor de maaltijd. We gaan daartoe naar een supermarkt ... in Panama! Gewoon de auto aan de ene kant van de straat laten staan, oversteken, inkopen doen en terug. Geen stempels, geen formaliteiten, geen importheffingen.

Terwijl Maria en haar moeder de maaltijd bereiden, pomp ik met een handfietspompje de banden weer op, maak nog het één en ander schoon en zoek ik vast wat spullen bijeen waar ik vanavond en zondag wat verder aan kan werken. Na de maaltijd (gestoofd vlees, rijst, sla, tomaat, mango, en een rode, korrelige vrucht die ik nog niet kende) gaan we bij de accu kijken. Die heeft geen lading opgenomen. Na twee keer proberen vinden we een nieuwe accu die iets te dik is en eigenlijk te weinig capaciteit heeft. Maar iets is beter dan niets. Ik mag de accu, mits ik 'm niet gevuld heb, zelfs teruggeven. (Voor het geval ik maandag tóch niet mag rijden.) Ik schat in dat het nieuwe exemplaar er met gepast geweld in kan als ik de accuhouder onder de tank inzaag en verbuig. Tegenslagje nummer 1 is overwonnen.

De zondag klus ik slechts kortstondig - ik kan niet zo heel veel doen. De binnenkant van de helm is vlot ontdaan van insectennesten en gewassen in zeepsop, de GPS blijkt het 'track' van een jaar geleden nog wel in het geheugen te hebben en de gevuld gebleven drinkwater zakken blijken niet eens vissen te bevatten. De Skype verbinding is wel erg goed en ik breng de middag babbelend 'met Europa' door.

Op maandag sta ik om 9:00 uur in het kantoor van de douane. De dames beginnen wat later, maar ik vind het niet erg te wachten. Uiteindelijk word ik een kantoortje binnengevraagd. De 'middelste' bazin en nog iemand zijn aanwezig en ze vragen me even te gaan zitten. Het nieuwe gezicht is er - heel attent - om Spaans-Engels te vertalen. "Nou, eh ... de beslissing ... ", ze draaien er wat omheen en de schrik slaat me om het hart. "De juridische afdeling heeft het voorgelegd aan 'San José' en die zullen pas na Heilige Week een uitspraak kunnen doen." Het is de week voor Pasen - in heel Zuid-Amerika is dat een week waarin nauwelijks gewerkt wordt en waarin veel inwoners zelf een korte vakantie nemen. "Maar er is een voorwaarde: je verzoek zal pas in overweging worden genomen als de motor in werkende staat in het douane depot is binnengebracht".

Ik probeer nog te vissen naar het waarom en of er geen andere oplossingen zijn, maar krijg slechts als antwoord dat ze hieraan gebonden zijn en dat de motor vandaag nog naar het depot moet. Mijn plan om lokaal 'wat te regelen' is in duigen gevallen doordat de juristen zich verschuilen.

"OK", zeg ik, "wat zijn de mogelijke uitkomsten?". "Een boete van USD 500 plus de invoerrechten, of helemaal niks, of iets ertussen". Hun lichaamstaal verraadt dat zij er zelf niet veel vertrouwen meer in hebben. Trouwens, waarom zou een ambtenaar/jurist in San José zijn ambtelijke nek uitsteken als mijn motor al in hun macht is? Tegenslag 2 is groter dan waar ik op gerekend had: een week wachten en wellicht meer kosten dan de bijna 15 jaar oude brommer waard is.

Ik heb het gevoel dat de motor binnenbrengen ongeveer gelijk staat met betalen. "Hoeveel zijn de invoerrechten?", vraag ik nog. Dat kunnen de dames niet - dat is werk voor een douane agent, een zelfstandige die papierwerk doet en dit soort berekeningen kan maken.


"Vrije Jongens"

Aan de overkant van de straat vind ik er één die een ruwe schatting maakt - tenminste USD 2.000 gaat het kosten. De agent vraagt me wat ik wil. "Ik wil mijn motor terug naar België brengen", zeg ik. "Wil je nog terugkomen?", vraagt hij. "Hoe bedoelt u?" - "Je kunt 'r ook het land uit smokkelen", antwoordt hij, "maar dan mag je nooit meer Costa Rica in. Niet met een voertuig". "Als je wilt, mag je je motor op mijn terrein zetten terwijl je je paspoort uitstempelt."

Vlug redeneer ik naar het antwoord toe: Als ik de motor inlever, dan is de toekomst onzeker. En ik verlies een hele week. Er is 'eigenlijk' geen andere oplossing. Bovendien vind ik dat ik mijn best wel heb gedaan. "Je moet wel zorgen dat je niet gepakt wordt", zegt de agent nog. Ja, dat ligt voor de hand, maar ik vraag niet eens naar de consequenties. "Ga in het donker, dan val je minder op."

Bijna klaar voor vertrek "Het beste vanavond dan", denk ik nog, en ik neem de taxi naar Ciudad Neily, naar mijn hotel. Ik neem een douche, zoek mijn spullen bijeen, eet alvast een volledige maaltijd, rust een beetje, douche nog eens (het is hier meer dan 35°C), ik betaal de rekening en ik vertrek. Bij Pedro en Maria aangekomen zet ik alles in elkaar (de motor start zonder veel aandringen) en dan wachten we totdat het donker is.

Pedro heeft contacten met 'mannetjes', die hem rapporteren hoe de wachttoestand aan de grens is. Er zijn net twee busladingen binnengekomen, én het was al erg druk. De totale tijd voor de oversteek is ongeveer 3 uren. Dat maakt mij niet uit, maar dat er inspecteurs tussen de rijen wachtende voertuigen lopen, komt mij slecht uit. We besluiten het morgenochtend te doen, net na zonsopgang. "Als je dan toch niet hoeft te rijden, dan kun je ook wel een biertje met me drinken". Pedro heeft al drie keer bier aangeboden maar nu ga ik erop in.

Ik neem mijn intrek in het Hotel Ronald - een typisch grens/doorgangshotel: slechte kamers, met plastic overtrokken zweterige matrassen, weinig daglicht. Ik slaap er slecht maar vooral omdat ik last heb van muizenissen. Ver voor dageraad ben ik op en tegen zonsopgang sta ik bij Maria en Pedro. De vader van Maria vraagt zich af, of de Costaricaanse immigratie al open is. Pedro weet zeker dat ze om 7:00 uur open zijn. Pedro moet zelf ook naar de grens; ik rijd achter ze aan (uit het zicht van de controle post). Ongeveer ter hoogte van de post haal ik ze rechts in en sla direct rechtsaf naar het kantoor van de douane agent.

Het terrein is op dit uur van de dag nog leeg en zichtbaar vanaf de controlepost. Ik parkeer de motor achter de enige struik tussen hen en mij. Als ik te voet het terrein af zou wandelen dan zien ze me direct. Ik stap weer op de motor en besluit naar het hotel te rijden. Daar mag ik, als gast uit kamer 11, de motor in de afgesloten garage zetten. Ik kleed me om: alles wat aan motorrijden herinnert blijft achter en ik draag mijn hoed en één tas. Ik wandel door de achterstraatjes totdat ik uitkom tussen de Costaricaanse en Panamese controlestations. Mijn mond plakt van de spanning. Ik koop een fles water en bekijk de situatie nog eens. De Costaricanen kunnen het nummer van mijn nieuwe paspoort hebben gesignaleerd, waardoor ik het land niet uit mag. Ik heb wel een smoes maar die is niet sterk.

"Waar gaat u naartoe?", vraagt de controleuse afwezig. "Naar Panama", zeg ik tussen twee slokken heerlijk koel water door. Ze scant mijn paspoort. De computer protesteert niet, want ik krijg een stempel. Dat valt alvast niet tegen.

Ik wandel weer terug, dezelfde weg als ik gekomen ben. Als ik nu word gecontroleerd door een surveillerend team, dan zal ik veinzen dat ik verdwaald ben. Andermaal geen sterke smoes, maar ook deze heb ik niet nodig. In de kelder van het hotel kleed ik me weer om, nu als motard.

Nu komt het linkste deel. Als een Costaricaanse patrouille me nu aanhoudt dan is het spel uit (en verlies ik de motor mét bagage en waarschijnlijk mijn vrijheid hangende het onderzoek). Buitenlandse motorreizigers vallen erg op want ze rijden op een enorme motor en hebben veel uitheemse bagage. Als er iemand langs de weg staat te controleren, dan ben ik altijd 'de klos'. Op het kleine stukje zie nu maar liefst twee teams lopen! Ik vermijd oogcontact en doe alsof ik het fluitsignaal niet hoor. Het kan ook best dat er helemaal niet naar MIJ wordt gefloten, maar het lijkt me beter dat niet uit te zoeken maar gewoon door te rijden alsof ik het volste recht heb en me van geen kwaad bewust ben.

Grens Costa-Rica - Panamá Er staat een flinke rij vrachtwagens rechts. Links staan veel personenauto's en één Tiki-bus (de Tiki-buslijn verbindt alle landen langs de panamericana met elkaar). Als ik achter één van beide rijen zou aansluiten blijf ik binnen bereik van de Costaricanen in het niemandsland. Ik rijd helemaal door, tot vóór de vrachtwagens en zet mijn motor dwars voor een enorme truck met oplegger, diep in de post en onzichtbaar voor mijn Costaricaanse ex-vrienden.

Nu komt de crux van mijn plan: bij iedere grens die ik ooit overstak vraagt men mij naar het Belgische inschrijvingsbewijs van de motor. Er is nooit interesse voor wat er in het buurland allemaal is gebeurd. Toen ik 'in een boomstam' van Mexico naar Guatemala ging en de motor officieel nooit in dat land was ingevoerd toen heeft Honduras daar nooit naar gevraagd.

Doodgemoedereerd presenteer ik mijn documenten die nodig zijn voor de verkrijging van een tijdelijk invoerdocument voor Panama. Ik moet eerst mijn paspoort laten instempelen, dan een verzekering afsluiten, dan een aantal fotokopieën maken en die laten afstempelen bij de verkeerspolitie. De man van 'Transito' vond het nog een beetje te vroeg en heeft zijn stempel buiten het loket gezet. Onnozel wacht ik op ... niemand, totdat er een autochtoon medeslachtoffer komt, die me uitlegt dat ik zelf moet stempelen (en waar dat moet).

Fumigatie Dan moet de hele papierwinkel naar een ander loket, waar iemand alle gegevens in een paar stokoude WindHoos XP computers zit over te nemen. Er volgt een formulier, wat stempels, een ander formulier waarin ik verklaar over de bagage, een handtekening en stempel van de inspecteur, een bestelformulier voor fumigatie en als laatste, na twee uur ploeteren, verdeelt iemand wat gif over de onderkant van mijn motor. ¡Listo! ('klaar!') We zijn legaal in Panama!

Deze motorrijder is (met Haags Jacobse en Van Es accent) 'een vrije jongen'! Fluitend en grijnzend tegelijk rijd ik de eerste motorkilometers sinds mijn heupfractuur meer dan een jaar geleden.



terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering