terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht  

Een retourtje Aqaba, Jordanië - Marcel en Adriaan op twee motorfietsen naar de Rode Zee.

Verslag 5 (en laatste)

Het geografische doel van de reis is gehaald: "Een stukkie zwemmen in Aqaba". Maar eigenlijk wilde ik uitvinden hoe de drie islamitische landen (Turkije, Syrië en Jordanië) vijf jaar na 9/11 naar ons kijken. Waren we op bezoek bij de 'anderen'? Zien 'zij' ons als de 'tegenpartij' zoals wij hen zien?





Ik heb iedereen (met wie ik kon communiceren) lastig gevallen met een hele serie vragen. Over islam, over fundamentalisme, over leiderschap, over de VN en economische sancties, over bin Laden en Bush, over de rol van Europa - en zo verder. Vele interessante gesprekspartners lieten me inzien waar onze vooroordelen lagen. (Ook de mijne.)

Ons reisdoel is NIET een gebied vól met mensen die wij hebben leren kennen als gastarbeider. De jonge generatie is goed opgeleid, ze zijn NIET werkloos en ze steken 's nachts géén auto's in brand. De autochtonen spreken hun talen, al was het maar het Duits dat ze 20 jaar geleden in het Ruhrgebied hebben geleerd. De mensen werken aan hun toekomst, bouwen aan hun land.

Ik ben nu twee weken thuis en heb al mijn indrukken geprobeerd te rangschikken en te begrijpen. Ik kijk er zó tegenaan [beklimt zeepkist]:


Religie

Ik ben geen religieus mens. Ik respecteer dat andere mensen wél geloven in een hogere macht en ik begrijp dat zij daar kracht uit (kunnen) putten.

Op mijn eerste lange reis ontdekte ik dat veel van een (soms zeer oude) cultuur van een willekeurige samenleving is vastgelegd in de lokale religie. Stelen was vast en zeker al verboden vóórdat christenen en moslims het afkeurden. Vandaag definiëren religies een cultuur en houden die in stand. Zo is onze rechtspraak geschoeid op christelijke beginselen (en niet op die uit de islam).

XXX XXX Christenen geloven in God en hanteren de tien geboden en de verkondigingen van Jezus als leefregels.

Moslims geloven in Allah en hanteren vijf pilaren en de lessen van de profeet Mohammed als leefregels.

De belangrijkste uitgangspunten omvatten dat je gelooft dat er één god is met een gezant (Mohammed of Jezus), dat je het geloof belijdt (door middel van gebed), dat je je medemens helpt en dat je je houdt aan een aantal beschavings regels (elkaar de hersens niet inslaan, geen overspel plegen, niet stelen).

Ik heb op deze en andere reizen erg veel mensen ontmoet. En hoe meer ik er leer kennen, hoe meer ze op elkaar gaan lijken. De cocaïneboer in Bolivia, de 'valsemunter' in Turkije, het stamhoofd in Pakistan, de fruitverkoper in Maleisië - ze willen allemaal hetzelfde. Hetzelfde als wij. Hetzelfde als iedereen.

Mensen willen regelmatig eten, bescherming (zoals een dak boven het hoofd) en veiligheid (in vrede samenleven zonder criminaliteit), een familieband (waaronder de kinderen zien opgroeien tot zelfstandige, weldenkende mensen), vriendschap en respect.

Zó bekeken is het niet zo verwonderlijk dat de kern van islam en christendom zo op elkaar lijken.


Religie en macht

Veel religieuze leiders denken te spreken en te handelen namens de hogere macht die zij vertegenwoordigen. Als ze gevolgd worden door een geloofsgemeenschap verwerven ze invloed en macht. Alleen sterke schouders torsen op behoorlijke wijze zo'n verantwoordelijkheid.

In modern Europa herinneren we ons de macht van de kerk in de middeleeuwen - de kerkelijke macht is hier niet voor niets gescheiden van de wereldlijke macht.

Niet overal is de staatsinrichting seculier: vele islamitische landen hebben religieuze leiders die het openbare leven bepalen. Het is niet ongebruikelijk dat een imam politiek bedrijft tijdens de preek. In moslimlanden hebben religieuze leiders veel wereldlijke macht (al is Iran een democratie).

In de islam is onderwerping (aan God, en aan zijn gezant) één van de kernbegrippen. Ik denk, dat democratie in de moslim-cultuur geen grote rol speelt. Slecht leiderschap wordt door moslims langdurig getolereerd: Ze berusten - inshallah - in wat door Allah is bepaald. (Voorbeelden zijn Arafat en het Saudische koningshuis.)

Moslims staan kennelijk niet snel op tegen slechte leiders. Maar dat betekent niet, dat moslims geen goed leiderschap (zoals dat in Jordanië) kunnen herkennen. Hassan Nasrallah (de leider van Hezbollah) is populair vanwege zijn integriteit. Het betekent evenmin dat moslims altijd streven naar een fundamentalistische, totalitaire staat. De Turken zijn dat aan het bewijzen.


'Wij' en 'zij'

Het 'wij' en 'zij' beeld heeft algemeen ingang gevonden. Er is veel dat 'hen' met 'ons' verbindt maar de laatste tijd hebben 'we' vooral oog voor de verschillen. De media hebben veel meer aandacht voor een extremistische minderheid dan voor de miljoenen moslims die gewoon in vrede hun kinderen willen grootbrengen.

'Wij' hebben kritiek op 'hun' fatwa's, 'hun' beperkte vrijheid van meningsuiting, 'hun' sha'ria (islamitische rechtspraak) en natuurlijk de gewelddadigheid van Al Qaeda. Een vrouw met een hoofddoek is een onderdrukte vrouw, houdt Hirsi Ali ons voor.

In onze (seculiere) volksvertegenwoordigingen duiken politici op die op luide toon aandacht vragen voor integratieproblemen en vervolgens wijzen op een (religieus) cultuurverschil. De Turken kunnen volgens sommigen niet lid worden van de Europese Unie alléén omdat ze moslim zijn. Het is bijna chique om islamofobisch te zijn.

Iedereen heeft gehoord dat de Profeet bekeringen te zwaard wilde afdwingen. Is de islam gevaarlijk? De christenen hebben op bloedige wijze Zuid-Amerika bekeerd. Net zoals Afrika. En dat zonder zo'n goddelijke opdracht. Het christendom heeft bewezen gevaarlijk te zijn.

'Wij' hebben christelijke lobbygroepen in de Verenigde Staten, benauwd gedachtengoed van sommige Europese christelijke politici en oprukkende vreemdelingenhaat. 'Wij' verbieden stamcel onderzoek omdat het tegen het geloof zou zijn, bombarderen abortus klinieken met de bijbel in de hand en stichten brand in basisscholen van anders-gelovigen. Om over de religieuze rechtvaardiging van de Ku Klux Klan en Europese rechts-extremisten maar te zwijgen.

'Zij' doen ook mee: De politieke donderpreek (afgaand op de verstaanbare woorden) die ik in Petra, Jordanië uit de luidsprekers van een moskee hoorde, het filmpje met de executie van Nicholas Berg door al Zarqawi in Irak en de oproep tot een nucleaire aanval door al Zawahiri (de ideoloog van Al Qaeda) stemmen mij somber.

"Osama bin Laden is een idioot die de Koran eens zou moeten lezen!" - is mij vele malen verteld, gevolgd door: "Hij en die George Bush zijn gevaarlijke fanatici!". De mensen in het Midden-Oosten schuiven Bush en bin Laden op één hoop: beide leiders gebruiken hun door religie verkregen macht voor eigen doeleinden. (Bush een 'religieuze' leider? Ik denk van wel, kijkend naar zijn conservatieve en 'Bible Belt' achterbannen.)

Als geloofsfanatieke voorgangers zich met de wereld gaan bemoeien gebeuren er ongelukken. De wereldbevolking wil nog steeds hetzelfde en zit niet te wachten op conflicten, bomaanslagen of oorlog. 'Wij' én 'zij' vinden altijd dat 'de anderen' het probleem zijn.

Toch zien 'zij' (in de drie landen) mij niet als 'de ander'. Ze zijn behoorlijk religieuzer dan men in West-Europa is en ze staan veel dichter bij hun uitgangspunten. Ik word er gezien als medemens, dan pas als christen. Ik krijg hulp aangeboden als men denkt dat ik die zou kunnen gebruiken. Net zoals ze elkaar te hulp schieten. Mijn (en hun) veiligheid is gegarandeerd, mijn spullen worden niet gestolen. 'Hun' samenleving is socialer dan de onze.

'Wij' zouden wat kunnen leren van de wijze waarop 'zij' met ons omgaan: Stel je voor dat er een ongeschoren Turk in een vieze (motor)jas en dito broek bij je aan de deur staat. Een buitenlander die wat hulp kan gebruiken. Zouden 'wij' onmiddelijk te hulp schieten? 'Zij' wel. De mensen in het Midden-Oosten hebben 'onze' uitgangspunten beter onder de knie dan wij.

XXX 'Zij' denken niet gepolariseerd. 'Zij' maken onderscheid tussen christenen, islamieten enerzijds en geloofsfanatici anderzijds. 'Wij' denken "terrorist" als we een islamitische man in een jurk zien. 'Wij' zouden verder moeten kijken dan onze neus lang is.

We moeten Turkije opnemen in de Europese Unie - de Turken willen hetzelfde als wij, als iedereen. Gezamenlijk zullen we sterker staan tegenover religieuze machten, omdat onze gemeenschappelijke belangen zwaarder wegen dan onze cultuurverschillen. Als de Turken en Europeanen samenwerken, dan kunnen Arabieren en christenen (of Joden) elders het voorbeeld volgen.


The bottom line

'Wij' zouden geen democratie, maar secularisatie naar de rest van de wereld moeten exporteren.



terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht