terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering

Een retourtje Aqaba, Jordanië - Marcel en Adriaan op twee motorfietsen naar de Rode Zee.

Verslag 2

Geloof en vertrouwen

"Ik vind het mooi dat u uw geloof heeft - ik heb het niet en zou ook niet kunnen kiezen tussen Shiva, Bhoedda, God of Allah", zeg ik tegen mijn gesprekspartner. We zitten op het terras van Murat, hoog boven de stad Dogubayazit en kijken naar het westen. De stad wordt prachtig verlicht door de opkomende zon. Dat we naar het westen kijken is symbolisch - de man met wie ik al een tijd in gesprek ben heet Richard en is Amerikaan. Hij vertegenwoordigt vanochtend het "Westen". Richard is behoorlijk fanatiek Christen en hij weet dat er voor iedere Christen, Islamiet, Bhoeddist en Hindu een dag des oordeels zal komen.

"Iedereen moet een keuze maken", zo zegt Richard, "en Islamieten kunnen de goede keuze maken door zich tot God en Jesus Christus te wenden". "Ja, maar...", onderbreek ik hem, "Islamieten en Bhoeddisten samen zijn meer dan de helft van de wereldbevolking! Die mensen kunnen het toch niet allemáál fout hebben?!?" "Toch hebben ze allemaal de keuze: tot de Heer komen of eeuwig branden in de hel. Ik heb mijn keuze al gemaakt!" gaat de oude man door.

XXX Marcel en ik wilden aanvankelijk de tocht naar de Iraanse grens maar laten zitten - de grens zelf krijgen we toch niet te zien want we hebben geen documenten om Iran in te gaan. De enige 'beloning' is het zien van Ararat: een berg van 5100 meter hoog, waarop de Ark van Noach zou zijn geland. Pas op het laatste moment besloten we te gaan - "we zijn er nu toch dichtbij". We gaan logeren op 'mijn' oude stek bij Murat, waar we dezelfde Richard tegenkomen die ik hier acht jaar geleden ook al had ontmoet.

Richard is een christelijk-conservatieve Amerikaan en aanhanger van de 'intelligent design' theorie. (Die theorie gaat ervan uit dat de wereld zó knap in elkaar zit dat die niet (haast toevallig) door evolutie is onstaan, maar dat God het zo bedacht heeft.) Richard was acht jaar geleden al op zoek naar de Ark en dat is ie nog steeds. Elk jaar komt hij terug om te zien hoe het project vordert. Hij doet wel heel geheimzinnig over het project - het gaat immers om zeer grote belangen. Richard is samen met wat companen op zoek naar wetenschappelijke bewijzen voor de inhoud van de bijbel.

De fanatieke Richard is vanochtend het mikpunt van mijn anti-Amerikaanse en anti-kerkelijke gevoelens. "Heeft u 'Loose Change' al gezien?", begon ik een uurtje geleden. ('Loose Change II' is een film over de 11 september aanslagen, die op het Internet is te bekijken. In de film worden een aantal samenzweringstheorieën opgedist die suggeren dat krachten binnen de Amerikaanse overheid de 11 september aanslagen hebben uitgevoerd, of op zijn minst eraan hebben meegeholpen. De bewijsvoering beweegt zich in het gebied van Richards bijbelbewijzen en de JFK moord.)

"Ja", zegt Richard, "en het kon wel eens waar zijn ook". Ik val bijna van mijn stoel: ik had een scherpe reactie tégen zoveel hersenspinsels verwacht. Ik stamel: "Dat betekent dus dat u er écht rekening mee houdt dat G.W. Bush' regering zich tegen het eigen volk heeft gekeerd?" "Nee, dat niet", zegt Richard. "Het zijn krachten bóven de Amerikaanse regering, dezelfden die een groot belang hebben bij de instandhouding van de dollar". "De dollar in stand houden?", vraag ik onnozel. "De Amerikaanse valuta is een zeepbel, die ieder moment kan barsten", zegt Richard. "Er zijn veel te veel derivaten in de markt, er zijn teveel schulden en er is onvoldoende goudvoorraad om het te dekken. Bovendien krijgt de Euro steeds meer aanzien. Eén dezer dagen zal de dollar vallen, tenzij er (veel) geld wordt uitgegeven, bijvoorbeeld aan een oorlog en de wederopbouw. Bovendien kan een oorlog ervoor zorgen dat vele landen de zijde van de dollar kiezen. Je ziet: Om 's werelds machtigste economie te blijven moést er wel zoiets als 9/11 komen."

XXX Ik zit te happen naar adem en dat komt niet omdat we op bijna 2.000 meter hoogte zijn. Tegenover mij zit een conservatieve Amerikaan die openlijk rekening houdt met de val van 'zijn' munt en de zelfs de 11 september aanvallen niet ziet vanuit het 'de terroristen tegen ons' standpunt. Ik ben gewend dat 'dat soort' Amerikanen pál achter land en vlag blijven staan. Ik probeer nog een tijdje wat gaten te prikken in zijn verhaal, maar hij houdt stand. Islamitisch terrorisme is een fantoom dat door machten boven de Amerikaanse regering instandgehouden wordt om de ineenstorting van de Amerikaanse economische (wereld)macht uit te stellen.

Ik berijd dan maar één van mijn andere stokpaardjes. "Waarom was Breznjev tijdens de Koude Oorlog betrouwbaarder dan de Iraanse president Ahmadinejad? Indien niet, waarom dan zo'n drukte over een Iraans kernwapen, maar niet over dat van Pakistan en India?" Ook deze stelling is in het hoofd van Richard al een gepasseerd station. "Ook dat staat toch in Het Geschrift? Er komt een allesvernietigende (religieuze) oorlog maar het Goede zal overwinnen." De Amerikanen als moderne super kruisvaarders.

Duizenden kilometers lang blijven deze 'rare' scenario's door mijn hoofd spoken. In Al Hassaweh zagen we het overwinnings gala van de Syrische televisie op een projectiewand, met zang en dans, afgewisseld door vlammende betogen waarin 'Israel', 'Syrië' en 'Hezbollah' telkens opnieuw werden genoemd. Het publiek was uitzinnig, maar de mensen rondom ons in het restaurant aten stoïcijns hun maaltijd. "Propaganda", dacht ik dus. Ik weet dat 'de Amerikanen' niet (meer) geïnteresseerd zijn in 'moeilijke wereldzaken' en dat Fox TV haar boodschap in hapklare brokken aanlevert. Ook propaganda? Wie is er nog te vertrouwen?


Grensperikelen

De weg langs Van voert ons al sinds het middaguur zuidwestelijk langs het enorme meer. We zijn 1700 meter hoog, het is met 23 graden niet te warm en ook niet te koud, de lucht is strakblauw en het zoute water kleurt turquoise. Zelfs de militaire wegblokkades die hier in het oosten van Turkije overal zijn, laten ons met rust. We hebben sinds Istanbul, waar we een paar dagen op dezelfde plek zijn gebleven, iedere dag gereisd. Als we een plekje langs het meer zouden kunnen vinden, dan ...

XXX "Ik heb ons nieuwe huis gevonden, hoor!, zeg ik later die middag tegen Marcel, die nu ook de veertig traptreden heeft beslecht. Het terras, in twee verdiepingen rondom het huis, ziet uit over het meer. Het huis zelf staat op het hoogste punt van een schiereiland in het meer. We zijn op zoek naar een kampeerplaats: we hebben zojuist een van vliegen vergeven, schaduwrijke plek afgekeurd. Nu hebben we dit gevonden, maar de eigenaars van het huis zijn nergens te bekennen, en we zien op de rest van het schiereiland geen plaatsen waar we ons zouden kunnen verstoppen.

We genieten nog wat van het uitzicht terwijl we praten over de opties. Een kwartiertje doorrijden naar de stad en een hotel of pension zoeken? Maar het is pas 15:00 uur - we hebben nog tenminste 3 uur daglicht. Anderhalf uur terugrijden naar die ene plek die heel geschikt was? Hoe zit het eigenlijk met de planning voor de komende dagen? Op donderdagmiddag of vrijdag bij een kleine Syrische grensovergang aankomen heeft geen zin: De Arabieren hanteren de Islamitische weekindeling waarbij de vrijdag de rustdag is. Als we een dag aan het meer blijven dan zullen we in hun 'weekeinde' aankomen.

XXX "Als het dan toch op een hotel, en geen extra dag aan het meer uitdraait", zo redeneren we, "dan kunnen we net zo goed de tijd gebruiken om door te rijden naar de stad Batman, daar logeren, woensdagochtend heel vroeg vertrekken en dan laat in de ochtend aan de grens staan." We geven één 'vakantiedag' op, om er drie Syrische reisdagen voor terug te krijgen. Het lijkt een goed plan, maar ...

Op onze 1:2.000.000 kaart is de weg naar Batman er één zoals we die al een week rijden: een flinke rode streep. In werkelijkheid loopt de weg in een bochtige nauwe kloof die ooit is uitgesleten door een klein riviertje dat evenmin op onze kaart staat. Het is wel de doorgaande weg met veel beroepsverkeer. Er wordt druk aan Turkije gebouwd; het lijkt wel of aan alle wegen wordt gewerkt. We rijden twee uur lang pal tegen de ondergaande zon in, op een weg die deels uit gravel bestaat, in de gigantische stofwolken van de vrachtwagens die het zicht soms beperken tot 10 meter. De motoren, onze kledij en de helmvizieren worden erg vies. Zelfs rondom onze neuzen zitten vlekken van het stof.

Maar we zetten dapper door - als we eindelijk de Anatolische hoogvlakte zijn afgereden en in Batman zijn aangekomen is het al donker en worden we in het eerste hotel prompt geweigerd. (Waarschijnlijk omdat we er met onze verhitte hoofden en vuile kleding ietwat misstonden tussen de kostuums die er rondliepen.)

Reizigerswijsheid dicteert dat je altijd in de ochtend aan een grens moet staan, maag gevuld, met proviand en water voor een hele dag. Vooral de gevulde maag maakt het mogelijk rustig af te wachten totdat de douaniers trek krijgen en (soms) wat harder gaan werken om een dossier voor de middagpauze af te sluiten. En dus gaan Marcel en ik eerst maar eens eten als we om half twaalf bij de grenspost staan. We kiezen voor een hoofdmaaltijd: tom döner (wat gegrilld schapenvlees met koriander, aardappel, tomaat en iets groens, gewikkeld in een plak gistloos brood zo dun als een pannenkoek) met salade en ayran (een yoghurt/water/zout drankje).

Een uurtje later melden we ons bij de militair met machinegeweer aan de grens. Onze namen, die van onze ouders, de kentekens en de paspoortnummers worden genoteerd in een groot boek. "Problem!", zegt de soldaat van dienst. Nou zeggen ze dat altijd, want een soldaatje die het hek mag open- en dichtdoen heeft natuurlijk weinig aanzien. Tenzij je het de passanten een beetje benauwd kunt maken. Ik sla er geen acht op.

We gaan door - we worden door de politie 'uitgestempeld': de personen Marcel en Adriaan hebben (op papier) Turkije al verlaten. De motoren moeten via 'gümrük' - de douane. En die blijken inderdaad een probleem te hebben: In Edirne, waar we binnenkwamen, hebben ze een computer. (En een goeie ook - toen ze mijn kenteken intikten kwam mijn framenummer eruit, omdat ik al eerder op deze motor in Turkije was.) Hier, in het kleine Nusaybin, waar al het grensverkeer tussen 10:00 en 15:00 kan worden afgehandeld, hebben ze geen computer. Ze werken met een formulier dat wij niet hebben.

Wij hebben alleen een (computer-gegenereerd) nummer en een stempel in ons paspoort. We moeten een fax gaan halen in de stad, maar daarvoor moeten eerst onze uitreisstempels ongeldig worden gemaakt. En dus terug naar de politie, langs de soldaten, etc etc. En het wordt hier ook niet koeler: inmiddels meet ik 33 graden.

Gelukkig vinden we snel hulp die ons naar het hoofdkantoor van de gümrük in de stad helpt. Er staat een Bulgaar met een BMW auto en hetzelfde probleem - hij wacht al vier uur. Om een lang verhaal kort te maken: om iets voor drieën zijn we terug bij de grensovergang. Opnieuw is er een probleem: het ontbrekende formulier moet alsnog gemaakt worden; kennelijk zijn we anderhalf uur zoet geweest met het aannemelijk maken dat we het nummer en stempel in onze passen niet zelf hebben verzonnen.

Een handvol mensen, allen aan het eind van hun dienst, zwoegen op het formulier. Langzaam komt bij mij de herinnering terug: dat "Model?" betekent dat ze het jaar van eerste ingebruikname willen noteren; dat het merk geen BMW is maar een 'bemmeweh' en dat alles telkens wordt overgeschreven in dikke boeken. Het duurt lang - we moeten bij drie verschillende lieden langs.

Als alles klaar is, blijkt de grens op slot. Iemand met de sleutels van Turkije haalt het slot van het hek en wij schuiven drie meter vooruit. Maar de Syriërs zijn om 15:15 te moe om er nog een zaakje bij te nemen. Ze weigeren.

"Geen probleem", zeg ik tegen de zeer geërgerde Turken bij terugkomst. "We zetten hier wel een tentje op en wachten tot morgen." En daarmee heb ik ons probleem het hunne gemaakt - we moeten het terrein af, en dat kan alleen wanneer ze al hun werk ongeldig of ongedaan maken. De Turks-Syrische relaties in Nusaybin lopen een flinke deuk op.

Ik denk: "Ik had ook in een turquoise meer kunnen liggen in plaats dat ik hier mijn motorpak uitzwem van de hitte". Het zijn de verkeerde gedachten - we moeten vóóruit. Maar toch ... in mijn herinnering ziet dat meer er beter uit dan ooit. We moeten een nacht blijven in Nusaybin. We hebben om 16:00 al een hotel en morgen kunnen we pas om 10:00 aan de grens terecht. Zo krijgen we dan toch nog onze rustperiode. "Inshallah!" (Arabisch voor: "Wat God wil").


Chronologie

XXX In Istanbul hebben we géén Jordaans consulaat maar wel het Syrische aangetroffen en heeft Marcel zijn eerste gevecht met de alom aanwezige voedsel bacteriën gewonnen. Vanaf Istanbul ging het via Çankere (een uurtje ten noorden van Ankara en de woonplaats van Halil en Çanan) naar de Zwarte Zee. De kust volgend vanaf Samsun naar Trabzon en Nize zijn we afgeslagen voor de beklimming van de Anatolische Hoogvlakte via de Turkse theeplantages. Op 1.900 meter hoogte ligt de stad Erzurum, waar we hebben geslapen. Toen een filosofisch stopje aan de Iraanse grens, gevolgd door het Meer van Van en de Syrische grens. Na een extra nachtje in Nusaybin zonder verdere problemen Syrië ingetrokken en overnacht in Al Hassawah, een Koerdisch / Orthodox-Christelijk / Islamitische stad. Bekijk een grote kaart (in een nieuw venster). De kilometerteller staat bijna op 8.000, en we zijn in Palmyra, de toeristische topattractie van Syrië. Hier hebben we Internet, ALS de electriciteit later vandaag weer werkt.



terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering