terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht  

Op 1 rol door 2 Amerika's. Oftewel op een BMW en een Kawasaki van Ushuaia naar Alaska.

Zevende en voorlopig laatste verslag van Mirjam van 18 maart tot 14 april 2003.

We verlaten het door smog vervuilde Lima via de Panamericana op weg naar Ecuador. Zodra we de stad achter ons hebben gelaten wordt het echt genieten. We rijden over de uitlopers van de Andes. Soms nog zó hoog, dat we boven de wolken uitkomen. Wij rijden dan in de zon, wetende dat de mensen beneden ons tegen de bewolking aankijken; helemaal te gek!

Mooie weg door de woestijnZo'n 50 km verderop krijgen we zicht op de oceaan. Da's weer eens wat anders. Links hebben we nu dus water, rechts nog steeds zicht op de Andes. En daartussenin een fantastische weg door de woestijn. Hier is de woestijn tenminste zoals ik me een woestijn heb voorgesteld. Heel droog, geen begroeiing, geen dieren en heel veel zand. En zeker niet saai, want wat zijn er veel kleuren zand: geelbruin, roodbruin, grijsbruin, groenbruin, donkerbruin, lichtbruin, blauwig bruin. Ongelofelijk mooi! Wat jammer dan ook dat er zo'n troep van wordt gemaakt. Het lijkt erop dat vuilniswagens naar willekeur hun rotzooi dumpen in die schitterende woestijn; 't liefst daar waar nog niets ligt. Zonde, zonde, zonde!

Tegen het vallen van de avond bereiken we ons beoogde reisdoel van deze dag: Trujillo. Een middelgrote stad waar we al snel een onderkomen vinden. Met een prima restaurant én een prima kok die voor mij een smaakvol dieet-diner weet te maken. Ook Adriaan krijgt weer wat lekkers. Peruanen vragen vaak wat je van de Peruaanse keuken vindt. Helaas kan ik daar geen antwoord op geven. Ik kan alleen maar zeggen dat de geuren zeer veelbelovend zijn. Adriaan daarentegen laat geen kans onbenut om zijn smaakpapillen te laten verwennen. Ik geniet alleen al van het feit dat hij regelmatig zichtbaar geniet.

Bijkomen na de aanrijdingIk voel me goed, dus de volgende dag rijden we gelijk weer verder. We rijden nog steeds op de Panamericana, waardoor ik tijd genoeg heb om om me heen te kijken. We rijden wederom door woestijnachtig terrein, hoewel er wel wat meer begroeing is. En nog veel meer troep, jammer genoeg. In Chiclayo heb ik een kleine botsing met een minibusje. Wat heb ik dan een behoefte aan een sigaret. Maar ik heb sinds Cusco niet meer gerookt en ik probeer dat zo te houden, dus ik doe het toch maar niet. Gelukkig geen schade aan de brommer en ikzelf heb alleen een beetje last van m'n linkerhand/pols. Na de lunch (Adriaan krijgt een heerlijke vissoep voorgeschoteld) gaan we weer verder. Maar een beetje zeer verandert geleidelijk in behoorlijke pijn. Aan het eind van de dag verfoei ik elk dorp en elke tolpoort, want dat betekent dat ik moet schakelen en dat doet pijn. Als het even kan gebruik ik m'n rechterhand om de koppelingshandel in te trekken; niet de meest ideale situatie. We halen Piura nog wel, maar daarna is verder rijden weer even uitgesloten.

Arme Adriaan, nu staat hij alweer stil. Uit röntgenfoto's blijkt dat ik niets heb gebroken, alleen maar zwaar verstuikt. Meer dan een drukverband en rust kan de arts niet voor me doen. Het enige voordeel van deze verplichte rusttijd is, dat ik kan uitproberen hoe het met mijn pancreas gaat. Want de vraag is: heb ik nergens last van omdat de pancreas weer is hersteld of omdat ik me zo braaf aan m'n dieet houd? Het blijkt dat ik nog steeds geen vet moet eten. Doe ik dat wel, dan krijg ik weer last. Nou, dat weten we dan ook weer. Het goede nieuws is, dat ik, nu ik dit weet, er rekening mee kan houden en dus even geen nood- zaak zie om naar Europa terug te keren.

Zonsondergang in MáncoraWe rijden na 6 dagen weer verder richting Ecuador en belanden in het dorpje Máncora, aan zee. Adriaan is gek op rijden in de bergen, maar nog gekker op de zee. We besluiten maar gelijk om hier 2 nachten te blijven. Hoeven we ook niet op zondag de grens over; dat lijkt ons sowieso een beter plan. We wandelen langs het strand - waarbij één van ons aardig verbrandt - en slenteren wat door dit typische toeristenoord en Adriaan doet zich te goed aan een heerlijke ceviche, een soort salade van zeevruchten.

Ons volgende doel is Guayaquil; de grootste haven van Ecuador. Daar gaan we uitzoeken wat de mogelijkheden zijn om de motoren te verschepen naar de westkust van de VS. Panama (en dus Midden-Amerika) hebben we in verband met mijn dieet en de daar nu heersende regentijd maar laten varen. Dat gaan we op de terugweg wel doen. Dus vertrekken we vroeg, want dat is nog wel een stukje en er zit nog een grensovergang tussen ook.

Welkom in Ecuador, maar zonder motorenTegen half 11 staan we aan de grens. Peru uit is een makkie zoals het altijd eenvoudig is gebleken om een land te verlaten. En we komen Ecuador ook redelijk snel in. Wíj wel, maar de motoren niet! We hebben geen carnet de passage en de douanier laat zich niet overhalen ("meneer, wie kan hier nou zo'n brommer betalen" en "we zijn bezig aan een reis van Ushuaia naar Alaska per motor; we kunnen niet eens zonder die dingen") om onze motoren zonder dat papiertje toch toe te laten. Adriaan probeert het nog bij de chef en bij de juridisch adviseur, maar ook dat mag allemaal niet baten. We komen er mét motoren gewoonweg niet in. Teleurgesteld druipen we af. Gelukkig doet Peru niet moeilijk over onze terugkomst. We hoeven niet alle papierwerk overnieuw te doen. Ons uitreisstempel wordt gewoon geannuleerd.

We rijden maar terug naar Máncora en zullen het morgen maar proberen via een andere grensovergang. We gaan weer naar hetzelfde hotel. De eigenaar, Harry, is bijna net zo teleurgesteld als wij en biedt ons als troost een gratis overnachting aan. En heel toevallig logeert iemand van de diplomatieke dienst van Ecuador ook in zijn hotel, dus de contacten zijn snel gelegd. Er wordt gebeld met de consul in de stad vlak voor de grens en we krijgen te horen dat we morgen maar even langs moeten komen. Dan zal de consul een brief voor de douane schrijven, zodat we toch Ecuador in kunnen.

HarryZo gezegd, zo gedaan. Het hele akkefietje bij de consul kost behoorlijk wat tijd, dus Guayaquil zullen we wel niet meer redden, maar dat mag de pret niet drukken. Als we Ecuador maar inkomen. Al was het alleen maar omdat terugkeren naar Lima om van daaruit te verschepen geen leuk alternatief is. Je begrijpt dat de teleurstelling weer groot is als de juridisch adviseur geen boodschap blijkt te hebben aan een aanbevelingsbrief van de consul. Met de staart (nou ja, uitlaat dan) tussen de benen druipen we af. En zo kan het dus gebeuren dat we voor de vierde achtereenvolgende nacht bij Harry slapen (nee, niet nog eens gratis).

Maar wij zijn niet voor één gat te vangen. Zo'n 200 km verderop is nog een grensovergang, een kleinere. Wie weet zit daar geen juridisch adviseur en wel een slimme douanier (toeristen binnenlaten is immers geld verdienen voor het land) en kunnen we zo alsnog het land in. We spreken af dat, als het daar ook niet lukt, we toch terug zullen rijden naar Lima. En wat denk je? Het lukt! Het kost wel crisis veel tijd, maar we zijn binnen! Die nacht slapen we voor het eerst in Ecuador.

We zijn door alle toestanden behoorlijk oostelijker uitgekomen dan gepland, dus Guayaquil is niet in 1 dag te bereiken. Maar dat geeft niet, want ik heb me inmiddels laten vertellen dat Cuenca beslist de moeite waard is om een stop te maken. Zo gezegd zo gedaan. De stop duurt alleen wat langer dan gepland. Want mijn ingewanden spelen weer eens op, dus 2 extra rustdagen zijn geboden. Die tijd gebruiken we om eens serieus te praten over het vervolg van deze reis.

Midden-Amerika hebben we al laten varen. We overwegen nu de mogelijkheden van boot-vervoer voor de motoren naar Amerika waarbij wij de verschepingstijd zullen benutten om mij weer gezond en op krachten te krijgen. Het zijn pijnlijke, confronterende gesprekken. Waarin ik uiteindelijk moet bekennen dat ik het niet kan uitstaan dat ik moet toegeven dat ik momenteel fysiek absoluut niet in staat ben om deze reis voort te zetten. Ik ervaar dat als een teken van zwakte en dat kan ik dus niet uitstaan. Wij -en Adriaan nog meer dan ik- hebben ons zó verheugd op deze reis. Om die reis dan na iets meer dan 4 maanden in rook te zien opgaan doet pijn. Ik stel nog voor dat Adriaan me naar huis brengt en dan alleen de reis voortzet, maar daar wil die lieverd niets van weten. Natuurlijk is ook hij teleurgesteld; ik huil in stilte om hem.

BananenDe kogel is nu door de kerk, dus zodra ik weer diarree-vrij ben rijden we naar Guayaquil. Wel een interessante rit, overigens. Cuenca ligt op ongeveer 3200 meter en alvorens de kust te bereiken gaan we eerst nog hoger. Alweer met onze hoofden in de wolken! Vanaf de hoogte verandert de natuur in een razendsnel tempo. Van weinig en dor tot tropisch, jungle-achtig. En zodra we de bergen achter ons hebben gelaten zien we ons omringd door bananen-plantages. Met reclameborden van de meeste bekende bananenmerken in Europa. Ik zie een geel/groene slang en, zodra we wat hoogte verliezen, weer verscheidene bontgekleurde vogels. Maar apen in het wild heb ik deze hele reis niet gezien.

Het is nog vroeg als we Guayaquil bereiken, dus gaan we gelijk op zoek naar het bedrijf (waarvan we het adres op internet vonden) dat ons misschien kan helpen bij het verschepen van de motoren. Dat blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan. Tegen vieren hebben we nog steeds geen idee waar we dat adres moeten zoeken, heeft niemand ons kunnen helpen en schijnen er geen plattegronden van de stad te bestaan. Ik ben moe en heb het enorm warm, dus we stoppen ermee voor die dag. Gelukkig vinden we snel een hotel, met airco dit keer, want we zitten nog steeds in de tropen, vlak onder de kust, dus het is hier plakkerig heet.

Timmerman sleutelt aan de kistNu volgen voor Adriaan een paar drukke dagen. De van het internet geplukte vervoerder doet alleen in hele containerladingen, dus daarvoor moet een ander worden gevonden. Dat lukt vrij snel, dus nu op zoek naar een timmerman om een kist te bouwen. Dat lijkt ook snel te lukken. Maar als Adriaan de volgende ochtend bij 'm op de stoep staat, besluit hij het toch niet te doen. Als alternatief wordt Adriaan een meubelmaker aangeraden, maar die kan pas de volgende dag beginnen, omdat hij voor de gevraagde kist het materiaal niet in huis heeft. En als de meubelmaker dan eindelijk aan de klus kan beginnen, dan komt de douane ineens met de mededeling dat er niets geëxporteerd mag worden zonder toestemming. Het verkrijgen van die toestemming zal zo'n 2 dagen in beslag gaan nemen en daar willen wij niet op wachten. Gelukkig kan het ook op een andere manier, dus daar komen we weer goed mee weg.

Met de KLM naar huisEn daar ben ik wel heel blij om, want ik heb weer eens ruzie met mijn ingewanden. De diarree dient zich weer aan en het spugen blijft me ditmaal ook niet bespaard. Het lijkt wel of de hele geschiedenis zich herhaalt en daar zit ik dus echt niet op te wachten. Niet zo vlak voordat ik naar huis kan. De inderhaast opgetrommelde arts vermoedt (net als Adriaan, overigens) dat de salmonella is blijven sluimeren en nu weer opspeelt. Dus zit ik nu weer aan de Ciproxine :-( De dokter wil het in het ziekenhuis nog wel nader bestuderen, maar dat wil ik niet meer. Ik wil naar huis en wel zo snel mogelijk. Daar zal ik me dan zo snel mogelijk bij het ziekenhuis gaan melden en mogen ze zoveel testen doen als ze maar willen. Maar dan heb ik in ieder geval een arts die ik goed kan verstaan en die mij ook goed verstaat. Want we spreken inmiddels dan een aardig woordje Castillaans, maar in die taal het verschil uitleggen tussen zeer en pijn of tussen stekende pijn en krampende pijn is toch wel moeilijk hoor.

En dus zit ik nu in het vliegtuig dit laatste stukje verslag te schrijven. Met nog iets meer dan 1 uur en het ontbijt te gaan komt er een einde aan deze reeks van verslagen. Wij hopen over een jaartje of zo weer op pad te kunnen. Dan ga ik zeker weer schrijven. Wie weet tot dan.

Mirjam


terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht