terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering

Promotor 2003 - Dagboek: Vuurland-Alaska

In Perú is benzine ook duur

Pont over Lago Titicaca We worden vroeg wakker. We zijn in een onbeduidend toeristendorp aan het hele grote (Titicaca) meer tussen Bolivia en Perú. Vorige week zijn hier in Bolivia 33 mensen omgekomen bij demonstraties tegen (inkomsten) belastingen. Wij hebben de doden alleen op televisie gezien en in La Paz waren we getuige van één demonstratie zonder ongeregeldheden.

We zijn in de tropen, maar ook 3.800 meter hoog in het Andes gebergte. Het is regentijd. We zijn zo vroeg wakker van de kou - men is hier te arm om voor die paar maanden regentijd een verwarming te kopen. We besluiten verder te reizen, want het is alweer druilerig weer. We doen geen toeristen rondleiding langs rieten vissersboten, maar we gaan proberen Cusco, in het vreedzame Perú, te bereiken.

De grensovergang is snel voor elkaar, ondanks een douanier die me vergeefs geld uit mijn zak probeert te kloppen. We krijgen zelfs een uur tijdverschil cadeau: in Perú is het een uur vroeger dan in Bolivia. Welgemoed gaan we op weg: de 500 geasfalteerde kilometers naar Cusco zijn een makkie.

Autowrak Er liggen een kilometer of drie voor Juliaca, een middelgrote plaats, een paar uitgebrande autowrakken op de weg. Een eindje verderop liggen wat smeulende banden en veel glasscherven. "Wat een vreemd ongeval", denk ik eerst. Als ik wat beter kijk, zie ik dat de brandjes gesticht zijn. Vóór ons ligt nog meer troep en nog véél meer glas. "Wat zou hier nu aan de hand zijn?", vragen we ons af. "Laten we maar eens gaan kijken", besluiten we onnozel na een minuutje overleg.

Er rijden geen auto's. Overal zijn mensen die kennelijk de stad verlaten. "Die gaan naar de bussen die voor de versperringen staan", denk ik. Op fietsen, in fiets-taxi's, op brommertjes en te voet komen de mensen ons tegemoet. We maken nu gebruik van de paadjes naast het wegdek, omdat de weg helemaal is bedekt met glasscherven. De paadjes worden snel modderpoelen, maar gelukkig komen we bij de eerste huizen van de stad aan. Voorzichtig rijden we door de lege straten van deze vreemde auto-loze stad.

Eerst horen we het tromgeroffel en direct daarna krijgt een grote groep mensen ons in de gaten. We horen een soort gebrul: "Arrghhh!". De trommel zwijgt. De ongeveer honderd demonstranten staan stil en overleggen: "Aanvallen, of ...?". We zijn in een gewelddadige demonstratie terechtgekomen. De mensen dragen knuppels, steken vuurwerk aan en gooien met stenen en flessen naar de huizen om ons heen.

Een ogenblik staan we oog-in-oog met de groep. Ze kunnen duidelijk zien dat we Gringo's zijn op buitenlandse motorfietsen. Ik speel de onwetende toerist en begin te zwaaien. De groep twijfelt nog iets langer en wij rijden intussen langzaam door, nog steeds zwaaiend alsof we de Koningin op Prinsjesdag zijn. Het lukt. De groep besluit collectief dat we er niks mee te maken hebben en laat ons met rust. "Oef!", verzucht ik, "dit is vast het centrum van de stad en nu gaan we er snel uit!".

Ik zie eindelijk een auto. Het is een grote, witte Ford 4WD en hij rijdt 300 meter voor ons uit. Als we tussen de huizenblokken uitrijden zie ik opnieuw een menigte. Ze hollen de straat over in de richting van de witte auto. De dure Ford wordt bekogeld met stenen en flessen. De zijramen sneuvelen. De bestuurder springt uit de wagen en rent voor zijn leven. De menigte brult zoals de eerste. Men is kennelijk heel boos.

Ik gebaar Mirjam vlak achter me te blijven, terwijl ik uiterst links ga rijden. Maar de menigte heeft ons al gezien en alle tweehonderd mannen kijken verwonderd naar ons. Opnieuw staan we oog-in-oog. Eén man laat zich niet van de wijs brengen door mijn stomme gezwaai en ik krijg een fles naar mijn hoofd. "Mis!" - gelukkig landt de fles zonder te breken tegen mijn borst. De rest van de groep twijfelt nog wel. Net lang genoeg voor Mirjam en mij om met de gaskraan helemaal open, dwars door het glastapijt, te ontkomen.

Demonstratie Veel hulp De demonstratie gaat over brandstofprijzen. Die stijgen erg snel in Perú: zo'n 20% in twee weken. Als we Juliaca eindelijk hebben verlaten en vier gesloten benzine stations hebben geprobeerd, kunnen we (zonder lekke banden!) eindelijk 84 octaan 'sap' kopen voor 61 eurocent per liter. Welkom in Perú!



terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering