terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering

Op 1 rol door 2 Amerika's. Oftewel: met een BMW en een Kawasaki van Ushuaia naar Alaska.

Eerste verslag van Mirjam: 26 november - 10 december 2002.

Het is dinsdag 26 november, rond 12 uur, als ik, met een toch wat vreemd gevoel, in de auto van Henk en Wilna stap. Zij zullen ons naar Eindhoven brengen, vanwaar we de trein pakken naar Soest. Daar brengen we onze voorlopig laatste nacht door in Nederland. De volgende ochtend rijden we in colonne naar Schiphol, alwaar we door onze families en een goede vriend worden uitgezwaaid.

Onze eerste stop is een besneeuwd(!) Chicago. Gelukkig vliegen we nog diezelfde dag door naar Miami, want voor die kou ben ik niet gekomen. In Miami staat een auto voor ons klaar. We vinden vlot ons hotel en een plek om iets te eten, waarna ik als een blok in slaap val. De volgende dag hebben we tijd genoeg om iets van de omgeving te zien. We bezoeken zelfs een krokodillen-farm. Ja, een echte tourist-trap, maar nu mag dat nog, want we zijn nog niet echt begonnen aan onze reis. Na een intensieve controle (ze vertrouwen 't toch niet helemaal; 2 reizigers met een enkele reis Chili) vertrekken we rond middernacht richting Santiago.

De eerste indrukken van Chili zijn meteen goed. We rollen vlot door de douane en krijgen snel en vriendelijk aanwijzingen over hoe we naar Valparaiso kunnen reizen. We zijn om 10 uur in Santiago geland en staan rond 1 uur al in Valparaiso. We besluiten om direct te informeren naar onze motoren, nog voordat we een onderkomen voor die nacht hebben gevonden. Het weekend staat immers voor de deur en we kunnen ons zomaar voorstellen, dat er dan weinig te regelen valt.

We hebben ongelofelijk veel mazzel. De boot is op tijd aangekomen. De race tegen de klok kan beginnen. We "rennen" van het ene kantoor naar het andere en om kwart over 5 (jawel, er wordt overgewerkt voor ons) staan we met de benodigde papieren weer buiten. Op naar de haven nu. Daar wordt tot half 9 gewerkt, maar zolang hebben we niet eens nodig om de kist open te breken en de motoren weer rijklaar te maken. Het enige dat nu nog ontbreekt is een verzekering, maar daar gaan we ons morgen wel op bezinnen. Eerst maar eens een slaapplaats vinden. Ook dat lukt vrij vlot, want bij aankomst in Valparaiso was ons een folder in de hand gedrukt met een aantal B&B's erin (bed & breakfast). Degene die we kiezen heeft zelfs een garage, waarin we de motoren kunnen stallen. Na een eenvoudige maaltijd leggen we ons moe, maar tevreden, te rusten.

Daar waar het vrijkrijgen van de motoren wonderwel vlot lukte, daar hebben we meer moeite met het afsluiten van een verplichte verzekering. Dat zoiets niet lukt in een weekend was te verwachten. Maar we bevinden ons in een havenstad, dus er valt gedurende de 2 verplichte rustdagen genoeg te zien. Zo halen we in een internetcafe onze eerste mail op en versturen we mijn overtollige bagage (waaronder mijn telefoon, want die doet het hier toch niet) naar huis terug.

We maken ook veelvuldig gebruik van de bussen en taxi's hier. De bussen rijden zeer regelmatig en kosten haast niets. Voor zo'n 50 eurocent per persoon sta je aan de andere kant van de stad. Daar kunnen ze in Nederland nog wat van leren! Ook het gebruik van taxi's is niet duur. Je reist vaak samen met andere passagiers, wat de kosten drukt. De taxi's rijden in bepaalde wijken, die op borden op de taxi staan aangegeven. Als jij dan verder wilt, dan haalt de chauffeur gewoon het bord van z'n auto. Een gemiddeld ritje kost ongeveer 60 eurocent pp.

Maandag begint dan de speurtocht naar een kantoor, dat ons een verzekering wil verkopen tegen een redelijke prijs. En dan nog het liefst iets als de Europese groene kaart. Dat valt dus tegen. Ik heb letterlijk de blaren op m'n voeten gelopen. Net na 2 uur krijgen we de gouden tip: zo'n verzekering haal je op het gemeentehuis. Helaas, die afdeling sluit om 2 uur, dus moeten we onze uiteindelijke start nog een dagje uitstellen. Maar dinsdag is het dan zover! Rond 12 uur, precies een week na ons vertrek uit Belgie, bevinden we ons op de weg naar Santiago, omdat vandaar de weg naar het zuiden begint.

In onze reisboeken hebben we inmiddels gelezen dat de meeste beroemde wijnhuizen van Chili zich zo'n 70 km ten zuiden van Santiago bevinden. Dat lijkt ons een mooie eerste stop. We moeten nog even wennen aan de summiere bewegwijzering in dit land, maar aan het eind van de middag hebben we de plek gevonden, alsmede onze eerste camping. Heerlijk om weer in ons eigen "huisje" te kunnen slapen!

We bezoeken de volgende dag de wijngaard van Concha y Toro. Een wijnproeverij, 's morgens om half 12. Je snapt, dat ik de rest van de dag niet veel meer heb gepresteerd. Maar het bezoek aan de wijngaard was leuk, dus nu willen we ook naar die van Unduragga, een van onze favoriete huizen. Deze wijngaard moet zich in het plaatsje Santa Ana bevinden, maar als je denkt dat iemand ons de weg daarheen kan wijzen, dan heb je het mooi mis. Na 2 uur van hot naar her te zijn gestuurd geven we het op. Dan maar op zoek naar de Ruta 5 (beter bekend als de Pan-American Highway), richting het zuiden.

Die Ruta 5 is onverwacht goed. Het wegdek is zo goed, dat ik, ondanks het tempo dat we aanhouden, alle tijd heb om om me heen te kijken. We rijden langs wijngaarden en landbouwgronden. De bebouwing doet, in tegenstelling tot het gebied rondom Santiago, armoedig aan. Houten huisjes met golfplaten daken. Het wordt hier vast niet echt koud in de winter. En als er iets verkocht wordt, dan vind je steeds een concentratie van winkeltjes bij elkaar.

Bijvoorbeeld 5 meubelzaken of 10 fruitstalletjes op een rijtje. Er is een grote verscheidenheid aan groente en fruit te koop. Zelfs asperges worden hier in grote hoeveelheden aangeboden.

We slapen die avond op een camping in de buurt van Molina. Daar treffen we ook 2 fietsende Nederlanders. Zij zijn al 7 maanden onderweg, dus we krijgen leuke verhalen en tips te horen. Onder het genot van een fles wijn en een vuurtje wordt het veel later dan gepland, maar het is wel heel gezellig. De volgende ochtend geniet ik van een warme douche. Die hadden we op de vorige camping namelijk niet. Ik kan nu wel heel snel douchen, als het moet.

Ons volgende doel is de Antuco vulkaan. We volgen nog zo'n 130 km de Ruta 5 en verlaten dan deze snelweg. Gelukkig is ook de binnendoorweg goed te berijden. Tot ongeveer 20 km voor het plaatsje Antuco. Daar houdt het asfalt ineens op. Maar de gravel ziet er redelijk stevig uit, dus we gaan ervoor. Met behulp van de adviezen van Adriaan gaat het best lekker. Ik presteer het zelfs om in de derde versnelling te rijden. Na een korte stop bij een waterval gaat het echter mis. Ik kom in een dikke laag los gravel terecht. Het advies "hoe meer vaart, hoe makkelijker je rijdt" gaat hier niet op. Mijn voorwiel graaft zich in en de motor is niet meer te houden. Ik ga onderuit, voor 't eerst deze reis. Het goede nieuws is, dat ik nou 'es niet op de rechterkant val en dus de spiegel aan die kant er ongeschonden doorheen rolt. Wel zit er een behoorlijk gat in het beschermhuis van de dynamo. We rapen de motor en de scherven op en plakken het gat rovisorisch dicht. Na zo'n val is het belangrijk om weer door te gaan, dus we proberen het nog een stukje richting vulkaan. Maar het wegdek wordt steeds slechter, dus we besluiten toch maar om te keren. We gaan naar een van de campings die we op de heenweg al hebben gezien en houden het voor gezien die dag.

Het is duidelijk nog geen hoogseizoen, dus we hebben de camping aan de Polcura-rivier helemaal voor onszelf. Het is weer een prachtplek en het weer is goed (zo'n 25 graden), dus we besluiten 2 nachten te blijven. Er is wederom geen warm water, maar na een dagje in de zon is een koude douche redelijk te doen. Ik zit bijna de hele dag achter Adriaan, want hij oefent een grote aantrekkingskracht uit op de enorme horseflies die er rondvliegen en je proberen te steken. Ik deel een behoorlijk aantal klappen uit, maar wel voor een goed doel.

We laten de Antuco vulkaan voor wat hij is en zetten weer koers naar het zuiden. We maken nog wel een klein ommetje langs de waterval El Salto del Laja. Ons volgende doel wordt het meren-district, op bijna 400 km afstand. Tussen Villarrica en Pucon vinden we een camping aan het meer van Villarrica, met uitzicht op de Villarrica vulkaan. Dit is een nog actieve vulkaan. Als we aankomen is de top door wolken aan het zicht onttrokken, maar tegen het vallen van de avond verdwijnen die wolken en zien we de krater waaruit een pluimpje rook komt. Machtig mooi om te zien! Op momenten als deze zou ik willen dat ik kon tekenen of schilderen.

We hebben de camping werderom helemaal voor ons alleen. En voor het luttele bedrag van 2500 pesos per nacht (700 pesos is 1 euro) steekt de campingbaas speciaal voor ons een geiser aan, dus we hebben zelfs warm water. Op de vraag wat ik wil eten, antwoord ik dat een gegrilde kip er wel in zou gaan. Wonder boven wonder is dat in de plaatselijke supermarkt nog te krijgen ook. Met een glas wijn erbij genieten we van ons koningsmaal, de zonsondergang, het onweer aan de overkant van het meer en elkaars gezelschap. Het leven is goed voor ons.

Als we wakker worden staat er een behoorlijke wind en zijn de overkant van het meer en de vulkaan aan het oog onttrokken. We hebben het zo fris, dat we ons een poosje in de tent schuilhouden, lekker knus en uit de wind. Rond 2 uur is het zover opgeklaart, dat we er weer op uit gaan. Er zijn hier ontzettend veel thermische baden en daar willen we wel eens in zitten. Dat je daarvoor een eind over gravel moet rijden neem ik op de koop toe. Tenslotte zal ik nog meer over gravel moeten rijden, wil ik Ushuaia bereiken en dan maar liever nog wat oefenen tijdens aangename temperaturen, nietwaar?! Het gaat dan misschien niet zo goed als eerder deze week, maar ik ben niet ontevreden. Zelfs als blijkt dat we op een doodlopende weg zitten die niet naar het beloofde bad leidt, voel ik niet de behoefte om terug te keren naar het asfalt. We wagen nog een poging en komen nu bij een driedubbele waterval uit. Je kunt er wel baden in een natuurlijk zwembad, maar ondanks het feit dat ik weer zweet van de inspanning, kan het idee me niet bekoren. We hebben er inmiddels bijna 25 km gravel opzitten en het is al bijna 6 uur. We gaan nu toch maar weer richting asfalt en zullen morgen een nieuwe poging wagen om bij de thermale baden te komen.

Op weg naar de camping komen we langs een GSM-paal. Een goede gelegenheid om onze mail ons eens te checken. Terwijl Adriaan zich met het technische deel bezighoudt, kijk ik wat om me heen. Mijn oog valt op een reclamebord, waarop spaanse lessen worden aangeboden. We hebben al eens gesproken over iets dergelijks, dus ga er mijn eens licht opsteken. Om de basics te leren wordt ons een 3-daagse cursus aangeraden van 3 uur per dag voor 8 dollar per person, per uur. En we zouden morgen al kunnen beginnen. Ik overleg kortstondig met Adriaan en 5 minuten later is het geregeld. Met als gevolg dat ik nu eigenlijk m'n huiswerk zou moeten maken, in plaats van jullie op de hoogte houden van ons doen en laten.

Adios amigos!



  terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering