terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht  

Van BelgiŽ naar de Turks-Iraanse grens op BMW R1100 GS en Kawasaki ZR7-S motorfietsen.

Verslag 9

Zoals in het vorige verslag reeds aangekondigd, hebben we inmiddels voet op Griekse bodem gezet. We zijn maandag uit Ayvalik vertrokken en hebben de 300 km naar «esme vlot kunnen afleggen. Vanwege de hitte hebben we wel een beetje gesmokkeld, want vanaf Izmir hebben we de TEM (= tolweg) genomen. Maar op een afstand van inmiddels ruim 8000 km hebben we nu slechts zo'n 300 km op snelwegen afgelegd, dus we hoeven ons nergens voor te schamen.

In «esme vallen een aantal dingen op. We willen naar Ikaria en weten al, dat we dan in ieder geval eerst naar Xios moeten. Of we van daaruit rechtstreeks naar Ikaria kunnen of via Samos moeten, weten we niet. En dan wordt weer eens heel duidelijk, dat de Turken en Grieken niets van elkaar moeten hebben. De benodigde informatie valt niet te krijgen. We besluiten eerst maar eens naar Xios te gaan en van daaruit ons geluk verder te beproeven. Opvallend ook, dat we de reissom in Turkije niet eens in Turks geld kunnen voldoen! Gelukkig vinden we uiteindelijk toch nog een agentschap bereid om ons van onze Lira's af te helpen.

Wat in «esme ook opvalt, is het aantal buitenlandse motorrijders. In de bijna 3 weken, die we in Turkije hebben rondgereden, zijn we bijna geen andere motoren met bagage tegengekomen en hier struikel je er bijna over. Niet helemaal vreemd natuurlijk, als je je realiseert, dat dit een van de weinige plaatsen is, waar vandaan je terug kunt naar de EU.

's Avonds rond 8 uur zetten we voet aan Griekse bodem. En na de benodigde douaneformaliteiten gaan we op zoek naar mogelijkheden om verder te reizen. De resultaten vallen ons tegen. We kunnen zonder problemen de volgende dag naar Samos, maar wanneer we dan door kunnen, kan men ons niet vertellen. Het gerucht wil dat we ťťn nacht op Xios moeten wachten en twee op Samos. We staan wederom voor een keuze.

Adriaan voelt zich al een paar dagen niet jofel. Het lijkt erop, dat hij een infectie aan zijn luchtwegen heeft opgelopen. En de hitte blijft ons parten spelen. Zullen we met ons plan doorgaan of zullen we de eilanden overslaan en nog diezelfde avond doorvaren naar Piraeus? Na enig overleg en een grove kostenraming besluiten we voor het laatste te kiezen. We kopen de kaartjes en ik haal nog gauw even 2 pita gyros, want daar heb ik me al een poosje op verheugd. Om even voor 10 uur die avond schepen we in. We hebben dekplaatsen genomen en onze matjes en slaapzakken van de motoren gehaald. In auto's en vliegtuigen kan Adriaan niet slapen, maar op een boot wel, dus om 11 uur liggen we al te slapen. Echt lang slaap ik niet, want zelfs met de zeewind wil het maar niet afkoelen. We hebben inmiddels een nieuwe gevleugelde kreet als we het naar onze zin hebben: "Wat wil een mens nog meer? Nou, een regenbuitje en 20 graden zou nu wel fijn zijn!" Die kreet is ook nu voor mij weer van toepassing.

Al om half 7 staan we in Piraeus weer aan de wal. In het kader van mijn leerproces, hebben we besloten om de Peloponessos rond te rijden. Van een kennis hebben we gehoord, dat in Isthmia een leuke camping is. Dat plaatsje ligt aan het kanaal van Corinthe. Aangezien dat zo'n beetje het begin van de Peloponesos is, wordt dat dus ons eerste doel. Lekker makkelijk rit, want om half 9 is het al 30 graden, dus we verwennen onszelf nog maar eens met een stukje snelweg.

De camping is redelijk snel gevonden, waarbij we, zonder dat ik er erg in heb, twee keer het beroemde kanaal oversteken. We zetten op de volle camping bij temperaturen van rond de inmiddels 40 graden ons tentje op en beraden ons over de rest van de route. Ik heb nu al 2 weken niet meer goed geslapen vanwege de hitte, die ook 's nachts niet wil wijken en begin nu echt naar afkoeling te verlangen. Het feit dat Adriaan zich niet optimaal voelt, vereenvoudigt de beslissing: we zullen de Peloponesos laten voor wat het is en de thuisreis gaan aanvaarden.

Enkele telefoontjes leren ons, dat we in de nacht van donderdag op vrijdag vanuit Patra (zo'n 130 km ten westen van Isthmia) een boot kunnen pakken naar Venetie, dus daarvoor hebben we een reservering gemaakt. Kunnen we nog net even een dagje rondlummelen, in de zee liggen en proberen nog wat kleur op te doen. Ik ben namelijk slechts zeer plaatselijk gekleurd; m'n gezicht, armen en handen zijn lekker bruin, maar m'n benen zijn nog melkflessen-wit. Maar in tegenstelling tot vroeger voel ik nu allerminst de behoefte om in de zon te gaan liggen bakken. Ik ben echt wel veranderd, de laatste tijd ...! Maar met een heel licht briesje, naast de tent, onder de sinaasappelbomen gaat het vast ook wel lukken.

En natuurlijk gaan we nogmaals naar het kanaal kijken. De eerste keer, dat ik het bewust zie, valt het een beetje tegen. Het enige bijzondere dat ik zie is een brug die _in_ het water verdwijnt, als er een boot langsvaart. Maar als we een aantal kilometer verderop nog eens stoppen, snap ik waarom dit zo bijzonder is. Om de Aegeische- en Adriatische zee met elkaar te verbinden, heeft men een kanaal gegraven, dwars door een berg heen. Het kanaal is niet breed, natuurlijk. Maar wat het zo imposant maakt, zijn de enorme steile hoogtes links en rechts van het kanaal. Ik ben heel slecht in schatten, maar een hoogte van wel honderd meter lijkt me niet eens zo overdreven.

Aangezien onze volgende boot pas om middernacht afvaart, doen we het op de dag van vertrek rustig aan. We rijden nog wat rond in de omgeving, ik lekker relaxed achterop bij Adriaan. Niet helemaal relaxed, want op de gravelwegen, waarop we terechtkomen is het wel even peentjes zweten. En we houden niet eens van worteltjes ...! Maar de uitzichten zijn weer prachtig en het briesje is ons zeer welkom.

Na het inpakken van de tent en een laatste dompeling in de zee is het tijd om richting Patra te gaan rijden. Als echte Hollanders tanken we meteen na vertrek en in Patra, zo'n 130 km verderop nog eens, want de benzine is in Griekenland lekker goedkoop. Da's ook wel het enige zo'n beetje, wat nog goedkoop is in Griekenland, overigens. En we halen nog een drankje, want we gaan een prachtige zonsondergang tegemoet en daar willen we nog even van genieten. Daarna snel naar de haven. Althans, dat is het plan. Maar Adriaan schijnt er een traditie van te maken om op thuisreizen lekke banden te krijgen en die traditie wordt in ere gehouden. Maar hij heeft tubeless banden en zo'n beetje alle denkbare reparatiemiddelen bij zich, dus met iets dat lijkt op een pijperager en een tube'tje rubbercement is het leed weer snel geleden.

We hebben wederom dekplaatsen gereserveerd en ik verheug me op een nachtje buiten slapen met een koel zeebriesje in m'n gezicht. Ondanks het feit, dat we pas laat aan boord gaan, lukt het ons toch nog om een geschikte slaapplaats te vinden. Na een poosje weten we ook waarom; de plastic stoelen vliegen ons bijkans om de oren! Maar wij zijn echte bikkels, nietwaar, dus wij blijven gewoon waar we zijn. Adriaan slaapt snel en goed. Ikzelf ben de halve nacht bezig mijn slaapzak bij me te houden. Maar 1 ding is zeker: ik heb het niet meer zo warm.

De dag komen we goed door. We babbelen wat met andere passagiers en de mensen op de brug hebben schik in het feit, dat Adriaan met z'n GPS op een tiende knoop nauwkeurig weet hoe hard we varen en in welke koers. 's Avonds is het zo achterlijk druk bij het self service restaurant, dat we onszelf verwennen met een diner in het a la carte restaurant. Daar ontmoeten we ook weer een Nederlandse familie, die we in Cappadocia ook al waren tegen gekomen. Tegen half twee zoeken we onze slaapplek weer op. Het valt ons wel op, dat er nu veel minder mensen aan dek verblijven, maar wij gaan gewoon weer aan dek slapen. Na 4 uur maakt Adriaan me wakker. We drijven zowat van het dek af! Het heeft blijkbaar geregend en het water van het dek boven ons heeft zich verzameld op onze slaapplek. We vluchten naar binnen en Adriaan gaat gewoon weer slapen. Maar mijn slaapzak is zo nat geworden, dat ik daar geen gat meer in zie. En ach, het is al bijna 6 uur, dus toch al bijna tijd om op te staan. Ik ga me lekker douchen, voordat de rest van het schip wakker wordt.

Tegen 10 uur zetten we voet aan Italiaanse bodem. Het weer is hier aanzienlijk koeler; da's wel zo lekker. De vooruitzichten daarentegen zijn niet al te best, dus besluiten we niet meer gezellig rond te rijden, maar koers te zetten naar Belgie. We slapen nabij Brunico/Bruneck, vlakbij de Oostenrijkse grens, in een echt bed.

Het weer wordt er niet beter op en de tv-beelden die we bij een pompstation vlak voor de Brennerpas zien zijn ronduit alarmerend. Enige haast is nu wel geboden. Na de zoveelste regenbui blijkt, dat een Gore Tex pak toch niet zo ideaal is als men ons doet geloven. Ik word steenkoud en op sommige plekken ook zeiknat. Adriaan wil het liefst doorrijden naar Belgie, maar met nog een goede 400 km te gaan geloof ik er 's middags rond 16.00 uur niet meer in. We vinden net ten noorden van de Bodensee een gasthof en met behulp van de aldaar aanwezige fohn zie ik toch nog kans mijn kleding weer droog te krijgen.

Het eerste deel van de laatste rit had zo mooi kunnen zijn. Helaas, het blijft regenen en ik heb sowieso m'n dag niet. De eerste 100 km zijn gewoon niet leuk. Mijn moeder zou zeggen, dat we de regen over onszelf hebben afgeroepen met al dat geklaag over de hitte. Maar naarmate we verder westwaarts komen wordt het weer beter. We zijn overal net op tijd voorbij, wat de wateroverlast betreft. Een uur nadat we Lindau zijn gepasseerd, wordt de binnenstad afgezet wegens overstromingen en het zelfde gebeurt op sommige plaatsen in het Voralberg-gebied.

Via Trier en Bitburg bereiken we dan ons eigen landje weer en rond half zeven 's avonds rijden we onze oprijlaan op. We weten niet wat we zien! Wat een mooi gras hebben we gekregen. Vlak voor ons vertrek was dat ingezaaid en nu, ruim 8 weken later, ligt het er schitterend bij! We tuigen de brommers af, verzamelen alle was, nemen vluchtig de post door en genieten van een stukje gegrilde zalm, nadat ik me uitgebreid heb gedoucht om vervolgens eens iets anders aan te trekken dan een t-shirt met afritsbroek. En wat slapen we heerlijk in onze eigen bedjes!

 

Hoewel dat uit de verslagen misschien blijkt en hoewel het ook voor mij soms zo lijkt, is dit geen vakantie, maar een reis met een doel geweest. We willen later immers van de Zuidkaap naar Alaska gaan rijden en daarvoor was mijn rij-ervaring van amper 15.000 km asfalt absoluut ontoereikend. Bovendien wilden we de uitrusting uittesten om ze eventueel straks nog te kunnen optimaliseren.

Vraag is dus, of we, na bijna 10.000 km, onze reisdoelen hebben gehaald. Ik had gehoopt na deze reis ongeveer op het rijniveau van Adriaan te staan. In dat opzicht is de reis niet geslaagd. Maar ook Adriaan stelt, dat die verwachting wel iets te hoog was gegrepen. Hij heeft immers al ruim 144.000 km op zijn teller staan (en nog 100.000 km op andere motoren) en ik amper nu 24.000 km. Maar het lijdt geen twijfel dat ik veel heb geleerd. Mijn banden slijten niet meer op een plat vlakje af, dus het bochtenwerk is aanzienlijk verbeterd. En ik durf/kan op gravel nu ook hogere snelheden halen dan 15 km/u (mits de gravelweg zich niet in een bos op een steile berg bevindt ...). Nog steeds heb ik af en toe het idee, dat m'n brommer met mij aan de haal wil, maar ik krijg 'em steeds beter onder controle.

En ook ik weet nu dat, als je ergens gaat stoppen, het uiterst belangrijk is, dat je dat doet in de schaduw. Liever in hoge nood verder rijden dan in de brandende zon te gaan wildplassen ...! Ook de voettoiletten leveren geen problemen meer op. En ik ben minder nuffig ten aanzien van sanitaire voorzieningen. Ik ben nu soms al blij als ik ze tot m'n beschikking heb en ze het nog doen ook.

De uitrusting is naar wens. Het nadeel van de grotere tent is, dat 'ie nou niet meer in je eentje is op te zetten, maar dat nadeel weegt niet op tegen het voordeel van meer ruimte. Ik weet nu, dat ik nog iets minder kleding hoef mee te nemen. Daar staat tegenover, dat ik de volgende keer wel m'n snorkelset ga meenemen. En mijn zelfgemaakte tas bevalt uitstekend, dus daar ga ik er nog een van maken. We hebben ook een uitgebreide medische kit bij ons gehad, maar gelukkig hebben we die niet nodig gehad. Evenmin hebben we gebruik hoeven maken van de waterzuiveringskit.

Al met al mogen we terugkijken op een zeer geslaagde reis. We kennen elkaar nog weer beter dan voorheen en weten, dat we de volgende reis kunnen gaan plannen.

Het was leuk deze verslagen te schrijven en ik heb genoten van jullie reacties. Ga zo door, zou ik zeggen, dan doe ik dat ook!

Groetjes voor nu,
Mirjam



terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht