terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering

Van BelgiŽ naar de Turks-Iraanse grens op BMW R1100 GS en Kawasaki ZR7-S motorfietsen.

Hallo Allemaal,

hieronder treffen jullie weer een stukje reisverhaal aan. Ik hoop, dat jullie het leuk vinden. Ik vond jullie reacties in ieder geval wel heel erg leuk.

Verslag 7, 20 juli 2002

Het weer.

We hebben ongelofelijk veel mazzel met het weer; tot nu toe hebben slechts 1 dag gehad van regen en onweer. Soms is het mij zelfs iets te heet en daar heb ik best aan moeten wennen. Voor iemand die in een sauna nauwelijks kan zweten is transpireren een vreemde gewaarwording. En het feit dat ik normaliter erg weinig drink heeft mij in het begin dan ook behoorlijk parten gespeeld. Maar al doende leert men, dus hebben we nu de 30+ graden-regeling ingevoerd. Komt de temperatuur in de buurt van de 30 graden, dan maak ik steeds m'n t-shirt nat. Dat geeft wat verkoeling tijdens het rijden.

Eten.

Kamperen is improviseren. We hebben immers geen volledig ingerichte keuken tot onze beschikking. Toch leven we gezond en eten we gevarieerd. Zo eten we nu veel meer fruit dan normaal. Vaak houdt Adriaan zich bezig met het afbreken van de tent, terwijl ik de grapefruits schoonmaak. Als we bij de tent eten hebben we lokale worst of vis uit blik met brood, tomaten, uien en mayonaise. En alle E-nummers ten spijt, heeft ook Adriaan nu het gemak ontdekt van de kant-en-klare maaltijden. Je hebt ze in blik, in zakjes, noem maar op. Opmerkelijk om te zien, dat meneer Knorr hiermee zo goed scoort; zelfs in Hongarije is de in-5-minuten-klaar-spaghetti in diverse smaken verkrijgbaar ...!

Meer op de Balkan wordt het lastiger om goede campings te vinden. Daardoor eten we wat vaker buiten de 'tent'. En aangezien dat steeds goedkoper wordt, heb ik daar geen bezwaar tegen.

De route.

Het vorige verslag eindigde in Kroatie en inmiddels hebben we Turkije bereikt. Er zijn verschillende mogelijkheden om vandaar hier uit te komen: Terug naar ItaliŽ en vandaar een boot naar Griekenland en dan helemaal naar boven rijden totdat je in Turkije belandt. Maar we houden niet van terugrijden, dus dat hebben we niet gedaan. Of door ServiŽ, Bulgarije en dan naar Turkije. Maar dat zie ik, na de ervaring van 2 jaar geleden in de Servische enclave in BosniŽ, niet zitten. Blijft de Balkan-route over: van KroatiŽ via Hongarije, RoemeniŽ en Bulgarije naar Turkije. En dat hebben we toen maar gedaan.(klik op het routekaartje voor meer route informatie)

We vertrekken bijtijds uit Novi Vinodolski, maar schieten in het begin niet erg op. Komt door zo'n 30 kilometer onverharde weg (gravel) en da's nou niet bepaald mijn sterkste kant. We halen een gemiddelde van krap 20 km per uur!!! Maar allengs wordt de weg beter en uiteindelijk halen we de Hongaarse grens. We vinden met enige moeite een camping in Abigalet; zo'n 15 km ten noordwesten van Pecs. De plek is niet fantastisch en het sanitair is een bende, mede door een grote groep Duitse kinderen die daar op kamp zijn. We blijven slechts 1 nacht.

Zodra 's morgens het hek opengaat, zijn we weg. Op naar Szeged, waar we wel een prima camping vinden met zeeŽn van ruimte en wel 3 zwembaden. We presteren het om hier 3 nachten te blijven en onze dagen in ledigheid door te brengen.

Op de wereld-ontvanger horen we de meest "gruwelijke" verhalen over reizen door RoemeniŽ. We bereiden ons op het ergste voor: een deel van het geld en creditcards verstoppen onder de tankhoes, mijn Ritalin onderin de bagage en mijn waardevolle zaken niet meer in m'n tanktas. We zijn klaar voor het grote avontuur. We spreken af, dat als het echt zo slecht is als wordt beweerd, we rechtsomkeert zullen maken.

De grensovergang blijkt een makkie. In m'n zenuwen laat ik een strip Ritalin uit m'n jaszak vallen, maar geen haan die daar naar kraait. En ook hier is men gecharmeerd van het feit dat wij direct willen weten wat "dank u wel" in het, in dit geval, Roemeens is.

Het land is duidelijk armer dan Hongarije, maar dat mag de pret niet drukken. Wat een vriendelijkheid stralen het land en haar bevolking uit! Veel kinderen (en volwassenen) zwaaien en zodra je ergens stopt, wil men onmiddelijk weten of men je ergens mee kan helpen.

Maar de wegen zijn af en toe erg slecht of helemaal niet meer aanwezig. Gevolg: na weer eens zo'n 20 kilometer bergachtig gravel trap ik door m'n voetrem heen. Vette paniek bij mij, zo in the middle of nowhere! Na zijn vingers gebrand te hebben aan mijn remklauw weet mijn koelbloedige man wat het euvel is: veel te veel gebruik gemaakt van de achterrem! De remvloeistof is gaan koken, waardoor ik geen remdruk meer heb. Na een korte pauze blijkt de rem het weer te doen en kunnen we verder. Het goede nieuws is, dat ik die rem nu amper meer gebruik; zoals het hoort, dus!

Die avond slapen we in Buzaului in een heus hotel; heel wat beter dan de nacht ervoor (zie verslag van Adriaan). Ook nu weer mensen die ons de weg wijzen. De taal heeft opmerkelijk genoeg (voor ons) veel weg van het Italiaans (ergo Frans), dus we kunnen ons redelijk redden.

We hebben het nog steeds warm, dus we willen naar de Zwarte Zee. Gelukkig worden de wegen steeds beter. En da's maar goed ook, want van een maximum snelheid hebben ze hier nog nooit gehoord. Dat heeft mij m'n eerste echte noodstop opgeleverd na een verkeerde inhaalmanouevre van (sorry Edvard) een Italiaan. Adriaan reed iets voor me uit en ik was niet de enige van wie het hart een paar slagen miste. Maar ook dat hebben we weer overleefd. En wat is een sigaretje dan lekker ...!

We bereiken uiteindelijk de kust en slapen 2 nachten in Costinesti, net ten zuiden van Constanta, een soort Roemeense Zandvoort. We huren een 'cazare' met apa calda voor 2 nachten en hangen een dagje aan het strand. Maar we zijn nog steeds op weg naar Turkije, dus op naar Bulgarije.

Grappig overigens, dat de Roemenen je waarschuwen voor de Bulgaren en andersom. We hanteren de zelfde voorzorgsmaatregelen, maar ook nu is het passeren van de grens een eitje. Nu is wel mijn bagage gecontroleerd, maar niet grondig genoeg, dus ik kom nog steeds goed weg met m'n Ritalin.

Bulgarije doet minder prettig aan dan RoemeniŽ; er valt weinig meer te zwaaien. We blijven de kustlijn volgen en vinden in Sozopol een camping. En wat schetst onze verbazing: men werkt hier met 2 prijslijsten - 1 voor Roemenen en 1 voor buitenlanders. En dan hebben we het dus over factor 2 duurder voor de buitenlanders. Hoezo vreemd, dat die buitenlanders weg blijven cq zich ongewenst voelen. Maar goed, het sta-geld is ook voor buitenlanders niet overdreven hoog, dus ook hier blijven we een dagje hangen om nog wat kleur op te doen.

Ook de nachten zijn warm en ik begin een beetje fobisch te worden ten aanzien van beestjes. Op mijn linker onderarm alleen al heb ik 16 bultjes en ze JEUKEN!!! Maar misschien zijn het wel helemaal geen insectenbeten en heb ik "slechts" (?) last van zogenaamde 'prickly heat'. Dat schijnt vergelijkbare bultjes met jeuk op te leveren. De enige remedie is je huid droog houden. Maar hoe ik dat in mijn motorpak in deze tropische temperaturen voor mekaar moet krijgen blijft vooralsnog een raadsel. Als iemand suggesties heeft, dan houd ik me aanbevolen! Enfin, een goede nachtrust zou ons zeer welkom zijn, dus nu gaan we echt op weg naar Turkije, op zoek naar een kamer met fan of airco.

Aan de grens ontmoeten we 2 Poolse jongens op snelle machines. En ja, zij hebben wel een bekeuring gehad voor te snel rijden. Dat was overigens wel vlak bij een snelweg en die mijden wij nog steeds zoveel mogelijk. Die jongens rijden in 2 weken van Polen naar Istanbul en terug, dus zij moeten wel.

Zo'n 80 kilometer voor Istanbul besluiten we dat het genoeg is geweest voor die dag. Ik heb Adriaan verteld, dat ik tegen het verkeer in die stad opzie en we weten inmiddels dat ik dat soort uitdagingen niet moet aangaan aan het eind van een dag.

Het bijwerken van mijn verslag doe ik overigens voor een groot gedeelte in de wachtruimte van de BMW importeur van Turkije. Adriaan's brommer begint steeds meer rare geluidjes te maken, dus daar wordt nu naar gekeken. Het probleem wordt niet opgelost, maar volgens de monteur kan Adriaan wel gewoon zonder mankeren verder rijden. We zullen het gaan merken. Voorlopig gaan we wederom op zoek naar een hotel met airco (is gisteren niet gelukt) en daarna Istanbul en de rest van Turkije bekijken.

Wat zie ik?

Het reizen bevalt me prima. Er is ook zoveel te zien onderweg. Je valt soms van de ene verbazing in de andere: Knetterhard rijdende vrachtauto's waarvan de chauffeur doodleuk zelfs tijdens het inhalen zit te telefoneren. Veel armoede, maar wel heel veel mensen met een GSM. Niet de meest moderne badkleding, maar wel veel tatoo's en geverfd haar. Diverse struisvogel-boerderijen. Een tolbrug, verboden voor langzaam-rijdend verkeer. Met daarop paard-en-wagen, fietsers, voetgangers. Zeer vervallen panden die in onze contereien onbewoonbaar verklaard zouden worden. Maar waaraan zoveel sateliet-ontvangers zitten, dat er vast nog mensen in wonen. Zwaluwnesten aan boord van een veerpont. Pappa- en mammazwaluw moeten er beslist 't heen en weer van krijgen. Dames langs de kant van de weg, die volgens mij niet op de bus staan te wachten. Eindeloze velden met zonnebloemen en evenzovele akkers met mais. Zou er hier echt zoveel Cornuco's (kaasflips) worden gegeten? Veel zeer arme mensen tegenover gigantische shopping centra waar echt alles te koop is. Een restaurant zonder toeristen en met authentieke muziek. Die met onze komst de nek wordt omgedraaid om plaats te maken voor ... una Paloma blanca ...!

Kortom, teveel om op te noemen. Te zijner tijd zullen de verhalen en anecdotes wel los komen. Voorlopig ga ik door met m'n ogen uitkijken en genieten van alle indrukken die ik opdoe.

We houden jullie op de hoogte!

Groetjes, Mirjam (en Adriaan)



terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering