terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering

Van BelgiŽ naar de Turks-Iraanse grens op BMW R1100 GS en Kawasaki ZR7-S motorfietsen.

Verslag 4, 28 juni 2002

Terwijl we in ons tentje liggen, omdat de regen met bakken uit de lucht komt vallen, heb ik weer even tijd om verder te schrijven. Na Seez was Adriaan niet meer te houden. Op naar de Col de l'Iseran, gevolgd door de Col de Telegraph, de Col du Galibier, de Col d'Izoard en de Col de Vars. En toen kon ik even geen col meer zien.

Twee jaar geleden zijn we hier ook al eens geweest en toen was ik nog zo'n type-je dat haar pumps ook mee had. Nu niet meer, maar toch ben ik het belangrijkste niet vergeten; Piep heeft ook z'n eerste col gezien! Ik mag dan niet zo dol zijn op het rijden van collen als Adriaan, maar ik geniet wel enorm van de omgeving. Op 1 van de collen las ik iets over steenbokken en believe it or not, maar we hebben er twee gezien. Net als Alpenmarmotten, overigens; wat een leuke beestjes zijn dat.

We hebben zo'n 15 km ten noorden van Barcelonnette (in La Condamine) een camping gevonden en daar hebben we 3 dagen gestaan. 1 dag gebruikt voor wat aanpassingen aan de brommer van Adriaan en de was en 1 dag wat collen gereden (Col d'Allos, Col de Champs, Col de la Cayolle) zonder alle bagage en zonder de noodzaak aan het eind van de dag weer een tent op te zetten.

Inmiddels hebben we geconstateerd dat mijn banden hun beste tijd hebben gehad. Omdat ik schijnbaar geen gangbare banden heb, besluiten we wederom naar een grote stad te rijden. We kiezen voor Torino in Italie, omdat we na Nice niet weer de kustweg richting Genova willen rijden. Via de Col de Vars rijden we over de Passo del Agnelo Italie binnen. Heel bizar met op de pas de grens tussen Frankrijk en Italie en in Frankrijk de zon en vanaf Italiaanse zijde enorme wolken die de berg opstuwen. Uiteraard hebben we ons die avond de pasta weer uitstekend laten smaken.

De volgende dag blijkt een feestdag te zijn, dus weinig banden in Turijn. Op naar Milano dus, waarbij we voor het eerst hebben gesmokkeld. We hebben een klein stukje snelweg gereden; voor 't eerst deze reis. In Milaan zijn we door Bruno (ook een motorrijder; dat schept gelijk een band) geholpen bij het zoeken naar een bandencentrum. Hij heeft ons er naartoe geloodst en een goede deal voor ons bedongen bij Maurizio. Toch goed voor 30% korting.

Het is inmiddels nog steeds snikheet. We hebben nog geen dagen gehad met temperaturen beneden de 28 graden. En dan is een motorpak toch wel warm. Vooral als je in steden rijdt en nog niet zo hard durft, zoals ik. Zodra we de banden voor mekaar hadden hebben we koers gezet naar het merengebied, in de hoop daar wat verkoeling te vinden. We hebben een prima camping gevonden bij het Lago d'Iseo, net voor Loverne. Daar hebben we 2 nachten geslapen. De eerste nacht werden we wakker van de regen; eindelijk wat koelte. Het gekletter van de regen op het tentdak heeft wel iets, vind ik, maar op een gegeven moment werd het wel heel hard. Wij het deurtje open gemaakt en wat denk je: hagelstenen, bijna zo groot als stuiterballen!

Inmiddels hebben we besloten om via Slovenie, Kroatie, Hongarije, Roemenie, Bulgarije en Griekenland naar Turkije te reizen, dus zijn we verder oostwaarts gereden. Na een laatste nacht Italie (in Revine) zijn we gisteren dan dus in Slovenie aangekomen. We hebben nog niet veel gezien, maar wat een prachtig land is dit. We staan op een camping in een natuurpark bij de plaats Bohinjska Bistrica en hadden het plan om na de was naar Bled te rijden, want daar schijnt een heel mooie kloof te zijn met watervallen. Adriaan is daar vroeger eens geweest en wil dat nog eens zien. Maar goed, het onweert en regent al zo'n beetje de hele dag, dus dat is er nog niet van gekomen. Hopelijk klaart het zo nog even wat op, want we hebben niet veel meer te eten en drinken.



terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering