Solo van België naar Australië op een BMW R1100 GS motorfiets.

Tweede verslag - 28 t/m 31 mei 1998...

Ken je van die dagen waarop werkelijk _alles_ lukt? Ik was op tijd uit bed, gisteren (6:00 uur - 't is onvoorstelbaar), de ochtendtemperatuur was 18 graden, ik had een perfect ontbijt, en ik heb de hele dag langs de kust gereden.

Donderdag 28 mei - Om half acht klaar om te vertrekken, nog geen ontbijt gehad. De receptie was nog dicht tot 8:00 uur, en dus eerst gaan ontbijten. Na terugkomst uit de supermarket (wat fruit gekocht) een tweetal melkmannen die mijn fiets aan het bewonderen waren. Waar ik vandaan kwam, waar ga ik naar toe (Dubrovnik), hoe hard gaat-ie (200) hoeveel cilinders (beetje een domme vraag met die twee uitstekende dingen aan weerszijden) en hoeveel cc. Als dank een bekertje yogurt gekregen, van die soort waar een lepel in vastgezet kan worden.

Toen naar zo'n tentje waar ze koffie verkopen. Koffie en ontbijt besteld, maar ontbijt hadden ze niet. In het aanpalende supermarktje was wel brood te koop. De koffie op een terras tafeltje gezet, en brood en salami gekocht. De koffie was bij terugkomst afgedekt met een tweede schoteltje om afkoelen te voorkomen...

De receptie was inderdaad om acht uur open, en ik kreeg m'n identiteitsbewijs terug. Ik sta daar nu wel als Belg te boek, want uit mijn ID blijkt niet dat ik Nederlander ben, tenzij je Frans kunt lezen.

De weg naar Rijeka voerde voor mij via Rabac, want daar ben ik een aantal keren met m'n ouders geweest. Er is geen snars veranderd, de hotels heten nog immer Narcis, Mimosa enz. Zelfs het Apollo hotel aan het eind van het dorp is er nog.

Vanaf Rijeka naar het zuiden is een uitdaging: de weg is er zeer glad. Urenlang als op ijs rijdend tussen vrachtwagens en verdwaalde Duitsers door gelaveerd. Mooie omgeving, ze zouden er alleen wat minder vervuilende industrie kunnen gebruiken. Een keer stond een heel dal vol met de rook van een fabriek (en het rook nogal zwavelachtig, en ook de kleur was geel).

De kustweg naar Split zou me zo'n vier uur kosten, plus de twee uur naar Rijeka. Nou, dat had die juffrouw bij de American Express in Pula mooi mis. Na elf uur rijden (min een uurtje lunch) was ik in Dubrovnik (200 kilometer ten zuiden van Split). Maar mooi!! Als het nog vijf uur langer was geweest (en ik genoeg daglicht had gehad) was ik rustig nog doorgegaan.

De Kroaten hebben duidelijk vrede met hun nieuwe situatie. Dit weekeinde is de 7-de verjaardag van de onafhankelijkheid, en Kroatië is een land met de blik op de toekomst. Veel dingen worden vernieuwd, gerepareerd of gewoon helemaal vanaf het begin opgezet. Een GSM paal bijvoorbeeld heeft vrijwel altijd een straalvebinding, zodat een netwerk geheel zonder grondkabels mogelijk wordt.

Kroatië, zo is mij verteld, had in het Joegoslavië van Tito de inkomsten uit het toerisme, Slovenië had de industrie, en dat alles werd overheerst door de Serven. Kroatië geeft me wel een beetje het gevoel dat ik belangrijk ben voor het Bruto Nationaal Inkomen, want langs de kust kun je werkelijk overal eten, slapen, kamperen, duiken (!), bootjes huren - noem maar op. Op sommige plaatsen ben je dan ook van harte welkom, maar op andere ben je dat ook, _als_ je maar veel en snel geld besteed. De commercialisering van de toerist gaat ten koste van de gastvrijheid.

Vrijdag 29 mei 1998:

Mijn douche was koud, vanochtend. Oh ja, vergeten de boiler voor u aan te zetten, meneer. Eten? nee, hier is niets in de buurt. Wil u wel even betalen voor het glas wijn waarop wij u gisteravond trakteerden? Uiteindelijk de douche voor de wijn geruild (qua prijs, dan). De lunch gisteren werd geserveerd door de zeer ongeïnteresseerde eigenaar van de tent die me een beetje zat weg te kijken (ik was de enige klant, en hij wilde weer iets anders gaan doen, denk ik).

Maar: ik leer snel. Vandaag uit de toeristen plaatsen weggebeleven, en ziehier: ik zit nu aan een gedekte tafel met linnen tafelkleed en bijpassend servet, ik had lunch op een bord met een onderbord, ik heb een wel zeer vriendelijke ober (die me naar binnen wenkte toen ik in motorplunje m'n hoofd om de deur stak om te zie dat de zaak gevuld was met zakenlieden in driedelig). Heerlijk gegeten - zodadelijk weer op pad.

Dubrovnik Mijn moeder voegde me toe per telefoon dat ik geen kunsten meer mocht uithalen (Yamaha's opjagen was dat geloof ik). Nou Moe, ze hebben je gehoord hoor! Vandaag aangehouden op een plaats waar ik 60 mocht, en waar 93.5 door mij werd gereden. Gisteren, tijdens die 700 kilometer kustweg kwam ik acht maal een politiefuik tegen. Acht maal mocht ik doorrijden, tweemaal heb ik een radarcontrole gezien voordat ze mij zagen. Maar deze agent was uitgeslapen, hij stond vlak achter een bocht, maar voor het bordje einde bebouwde kom. Z'n collega kreeg een wel hele grote grijns toen de score werd opgelezen om in de lijst te worden bijgeschreven. Foute boel, dacht ik. Na het bekijken van de Amerikaanse stempels in mijn paspoort verlegden ze de aandacht naar de motor.

"GPS", humm. "Waarnaartoe? Australië!?!" Van de ontspanning gebruik makend heb ik toen geïnformeerd naar de radargun. "Stalker Professional" was het type, en ik kreeg een demonstratie. Kijk deze auto houden we aan, want die rijdt hier 82. De man in de auto krijgt het zichtbaar benauwd als ie de snelheid hoort. "Kijk, zo doen we dat. Maar als jij nou wat kalmer aan doet, dan wensen wij je een prettige reis verder." Tsjonge wat had ik die helm snel weer op....

Ik ben onderweg naar Sarajevo, maar ik ga nu eerst verder...


Ik ben nu op een terrasje koffie aan het drinken, het is zaterdag 30 mei 1998.

Ik wilde aanvankelijk via Trebinje, de eerste plaats van redelijke grootte landinwaarts, naar Sarajevo. Het was de kortste weg, de totale afstand naar Sarajevo zou ongeveer 250 kilometer zijn. Het begon met het algeheel ontbreken van borden die vanuit Dubrovnik naar Trebinje wezen. Met behulp van de kompas op de GPS uiteindelijk de weg gevonden, om uit te komen op een checkpoint. Dat is een gewoon bergweggetje, waarlangs een paar zeecontainers zijn neergezet waarin deuren en ramen uitgezaagd zijn, aangevuld met betonblokken, prikkeldraad en een slagboom. Het checkpoint werd bemand door politie met machinegeweren, ik moet toegeven dat ik wel wat geïntimideerd was. Er lag een vervaarlijk uitziende herdershond aan een stalen ketting die verschrikkelijk te keer ging iedere keer als iemand zich bewoog.

Aan de andere kant van de slagboom stonden ongeveer tien heren, allemaal in kostuum, gekleed als zakenlieden dus. Ik gaf mijn paspoort af, dat verdween in één van de zeecontainers waarvanuit druk werd getelefoneerd naar beneden (het draadje van de telefoonlijn was me al opgevallen toen ik omhoog reed). Na een tijdje kwam de man met mijn paspoort terug, ik draaide me om. De herdershond sloeg weer aan, en pas toen viel me op, dat de zakenlieden ook allemaal erg stil hadden gestaan. Ik mocht niet door.

Natuurlijk wilde ik eerst weten waarom niet en daarna of er voor mij een uitzondering kon worden gemaakt. Het paspoort ging opnieuw naar binnen, en het wachten begon weer.

Intussen trachtte ik over de slagboom heen met de zakenlui te praten. Eén bleek goed Engels te spreken. Het ging om een groep onderhandelaars, die in Dubrovnik met de Kroaten gingen praten over de levering van water, electriciteit en energie in het algemeen. Ik had gezien dat er een nog kleiner weggetje over de grens voerde en ik informeerde bij de onderhandelaar of ik daar een kans zou maken. Hij keek alsof hij zich afvroeg hoe ik kon weten dat er andere overgangen waren en vertelde me dat hem dat geen goed idee leek, omdat overal werd gecontroleerd op geldige papieren.

Toen kwam de politieagent terug, met tien paspoorten. De onderhandelaars stapten elk onder de slagboom door, maar moesten het busje waarin ze gekomen waren achterlaten. Daar was kennelijk op gerekend, want er stond een busje met het logo van de Kroatische nutsbedrijven klaar.

Dat liet mij alleen met de agenten en de herdershond. Die hadden inmiddels een "nee" gekregen op mijn verzoek. En dus hebben we wat tijd besteed aan het praten over wegen, routes, en territoria. Ik stond dus voor een Servische enclave, niet zijnde Servische Republiek. Op mijn vraag of ze konden aangeven waar de grens aan de andere kant van die enclave lag, moesten ze het antwoord schuldig blijven. Was hun zaak ook niet, bovendien was het allemaal vijandelijk gebied. Oei! Zó had ik er nog niet over gedacht, en opeens keek ik met andere ogen naar de machinegeweren.

Maar men verzekerde mij dat ik wel naar Sarajevo kon, via Metkovic. Op de totale afstand zou dat nog geen honderd kilometer extra zijn, ware het niet dat ik die route als de terugweg had uigekozen. Maar goed - ik wilde naar Sarajevo, en dus ben ik begonnen met 120 kilometer langs de kust terug te rijden. In dat hele kleine stukje Bosnië, dat de doorgang naar de Adriatische kust vormt is een doorgang.

Het terrein daar wordt gekenmerkt door een grote rivier, de Neretva. Langs de oevers zijn de wegen, de akkers, de woningen. De woningen zijn er in drie soorten: in aanbouw, kapotgeschoten en redelijk ongehavend. Vlak na de grens (m'n paspoort werd niet eens gevraagd) dacht ik: "Zo vlak bij de grens is aardig gevochten". Na 20 kilometer (en de eerste radarpost waar een auto die ik had voorgelaten in de val was gelopen) werden de ruïnes eerder talrijker.

Dubrovnik Het is verschrikkelijk. In deze oorlog is kennelijk opzettelijk geprobeerd de burgers zoveel mogelijk schade te berokkenen. Mensen lopen doelloos langs de weg of bieden van alles te koop aan om toch een beetje in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Mensen kijken allemaal om als ik langsrijd. Het wemelt van de miltaire voertuigen, variërend van gewone jeeps tot Unimogs en pantservoertuigen. Daarna valt me op, dat veel andere voertuigen (vooral 4WD) van de OSCE (de mannen die ook toezagen op de verkiezingen), de United Nations, UNHCR, de Europese Gemeenschap, Unicef en het Rode Kruis zijn. Helicopters vliegen af en aan. Het ziet er nog steeds uit als een oorlogsgebied.

Ik voel me wat ongemakkelijk. "Waaraan ben ik nu weer begonnen?" Toch rijd ik door. Het landschap wordt ruiger, hoger en steiler. De rivier stroomt sneller maar is slechts een klein beetje smaller. Ik zie geen zijrivieren, alleen maar berghellingen. Het gebied lijkt verlaten, het is moeilijk toegankelijk. Ik stel me voor, dat als je een kanon bovenop één helling zet, dat je de weg en de rivier kunt afgrendelen. De weg is echter intact. Ik kom één brug tegen die opgeblazen is, er ligt een door SFOR gebouwd en bewaakt tijdelijk exemplaar over het gat.

Daarna wordt het landschap weer wat meer open. Aan de GPS zie ik dat ik mij op ongeveer 500 meter hoogte bevind. Dat is voldoende hoog om in de winters flink in de sneeuw te zitten, volgens mij. Mensen in steden en dorpjes kijken nog steeds op als ik langskom. Ze stoten elkaar aan om elkaar op mijn verschijning te attenderen. Ik vraag mij af: "weten deze mensen iets dat ik zou moeten weten?"

Ik zie nog steeds kapotte gebouwen, vooral woningen. Er wordt overal gebouwd, maar heel erg ruw. Gebouwen die half klaar zijn worden ook bewoond. Ik neem aan, dat de meeste bouw zo snel mogelijk wordt uitgevoerd, en later, als daar weer tijd voor is, de afwerking wel zal komen. Ik zie ook overal satellietschotels. Het een volgende keer voor Milosovic-types moeilijk worden de TV als propaganda te gebruiken. Bosnië kan de opinie van de hele wereld op TV bekijken.

Sommige mensen zwaaien nu haast uitgelaten naar me. Enkelen applaudiseren. Zou ik op mijn vuurrode motor met bepakking onmiddelijk als toerist herkend worden? Zouden de mensen blij zijn dat de eerste toeristen durven terug te komen? Het aantal mensen met koopwaar langs de weg blijft toenemen.

Ik stop in Mostar, om geld te organiseren. Ik wissel 100 dollar in ... Duitse Marken! Ik West-Mostar wordt de Kuna (van Kroatië) gebruikt, maar in Oost-Mostar en daarachter, en dus ook in Sarajevo, is de Bosnische Dinar de valuta. Echter, die is gekoppeld aan de Duitse Mark, en daarmee kun je dus evengoed betalen. Volgende maand komt er (alweer) nieuw geld, de KM (Converteerbare Mark). Dat is de oude Dinar gedeeld door honderd in een nieuwe jas. Eén KM is dan één Dinar, en die is weer gelijk aan de Duitse Mark.

Ik maak nog even een praatje met een (Franse, uit Normandië) SFOR militair. "Het is voorbij", zegt hij. "Het is nu het bewaken van de vrede en de veiligheid. Sarajevo kun je rustig bezoeken." Ik was waarschijnlijk wel doorgereden, want ik wilde immers Sarajevo zien. Wel heb ik voldoende benzine aan boord om onmiddelijk rechtsomkeert te maken als ik het niet meer vertrouw.

Ik was al wat aangeslagen door de beelden van verwoesting, maar de binnenkomst in deze stad doet me naar adem happen. Het is niet te beschrijven - gebouwen die helemaal in puin zijn geschoten, hoge flats die helemaal uitgebrand achtergelaten zijn. Het is erg, veel erger dan ik dacht. Ik verwachtte, zoals in Dubrovnik, hier en daar een beschadiging op een gebouw te zien. Er is hier geen muur vrij van de sporen van miterailleur vuur of granaat inslagen. Mensen wonen in flatgebouwen waarvan de gaten in de buitenmuren grof zijn dichtgemetseld. Onderverdiepingen van gebouwen met uitgebrande bovenverdiepingen worden bewoond. Het Olympisch Stadion is verwoest.

Op ieder groot kruispunt staat een SFOR pantservoertuig, de militairen hebben de handen losjes op de machinegeweren. Kamperen is uitgesloten - er zijn niet voldoende toeristen om de camping open te houden. Dus op zoek naar een onderkomen. Ik zie een bord "Holiday Inn", 600 meter. Daar aangekomen zie ik een ultra-modern veel te kleurig wanstaltig gebouw dat wel erg opvalt tussen de kapotte bende. Veel te mooi, veel te goed afgewerkt. Ik rijd dus door.

Even later, nadat ik de grote moskee ben gepasseerd, zie ik een ander hotel: ze hebben kamers vrij. De receptioniste heet Maja. Ik check in, ze accepteren alleen nog Duitse Marken, en alleen in cash. Dus nog maar eens een bank zoeken... (want ik wil meer dan één nacht blijven.)

De avond (dat is gisteravond, dus) trek ik er wandelend op uit. Eerst met de camera, daarna zonder. Een prettige verrassing! Sarajevo bruist van de activiteit. De grote winkelstraat is helemaal vol met mensen. Vooral de jongeren zijn op pad - allen even mooi uitgedost en opgemaakt. Zelfs de moslim vrouwen die met een hoofddoek lopen zijn aan het paraderen. Voor een Moslim stad is het hier erg Westers. Overal is muziek, wordt koffie (maar ook alcohol) gedronken en vooral gekeken naar elkaar.

De mensen zijn echt volgens de laatste mode (voor zover ik dat kan zien) gekleed. De dames zijn veelal in die 60-er jaren retro stijl, met te korte, strakke T-shirts, heupbroeken enzovoorts. Klaas heeft me uitgebreid voorgelicht als het gaat om Spice Girls goedgekeurde plateau gymschoenen, en ik heb nog geen stel schoenen gezien die in die definitie fout waren. De winkels liggen vol met Calvin Klein ondergoed (erg veel andere lingerie oook, trouwens) en alle bekende parfums. Die worden ook verkocht en gebruikt, zo weet mijn neus.

Wel is het stadbeeld vol van militairen. De Egyptenaren houden de wacht in het centrum, in de buitenwijken zijn het vooral Italianen die ik zie. Op de weg zie ik ook nog Algerijnen. Duitsers heb ik alleen bezig gezien in typische vrije tijds bestedingen: Bier drinken. Heus waar!

Later een tijd gepraat met Maja. Ze is Servisch, hoewel ze niet direct bereid is dat toe te geven. We praten over religie, nationalisme en de redenen waarom mensen elkaar op deze wijze bevechten. Voor veel zaken blijken er (bij haar?) geen verklaring te zijn. Ze maakt melding van "the ugly feeling of powerlessness". Ik kan me goed voorstellen dat de machteloosheid tegen zoveel geweld nogal wat frustratie opwekt.

In de stad gaat het leven eigenlijk gewoon door als altijd. Stadbussen rijden af en aan, er staat hier alleen geen reclame op, maar de naam van het land dat de bus heeft betaald. Japan heeft de mooiste bussen gegeven (van het merk MAN). De Europese gemeenschap heeft niet zulke heel erg mooie Iveco modelletjes gegeven. Wel wordt de herbouw van het Olynpisch stadion betaald door de Europese gemeenschap - toch wel aardig van ons. We hadden echter beter kunnen ingrijpen, dan hadden we nu misschien minder herstel werkzaamheden....

Er komen een buitenlander naast me zitten, in het gezelschap van een Bosnische. Hij heet Garreth en is docent conflicthantering voor een Niet-Gouvernementele Organisatie (NGO). Hij is ingehuurd door de EU om lokale mensen te leren omgaan met conflicterende belangen. Jezus! Over pretenties van de Europeanen gepraat! Achteraf, als de kerkhoven vol liggen komen we met _conflicthantering_.... Maar goed, zoals een docent in dit vak betaamt gaat ie fijn niet in op mijn opmerking. Z'n mening houdt ie ook keurig voor zich. Tania, z'n gezelschap, is werkzaam in hetzelfde project. Ze vindt ook dat Sarajevo beter af is, nu, na de oorlog.

Enfin, ik zit dus op een terras temidden van vele, vele mensen. Het lijkt helemaal geen oorlogszone meer. De mensen zijn positief gestemd. Verschillenden vraag ik of het beter is zo, en de meeste antwoorden luiden: "Ja. Maar..." en dan volgt er iets dat nog verbeterd moet worden. Maar uiteindelijk blijft bij mij het gevoel dat de veerkracht van de mensen de gaten in de gebouwen en het asfalt onzichtbaar maakt voordat ze daadwerkelijk zijn gedicht....

Groeten uit Sarajevo,

Adriaan

Als jullie dit lezen, ben ik Bosnië inmiddels weer uit, want er is hier wel een GSM netwerk, maar ik heb er geen toegang op...