terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering

Solo van België naar Australië op een BMW R1100 GS motorfiets.

Vijfde verslag - 17 t/m 22 juni 1998...

Van de Adriatische kust ben ik Italië overgestoken naar Rome. Dat leidde me dwars door Umbrië, aanvankelijk over een weg die qua breedte het midden houdt tussen een twee- en vierbaansweg zonder vluchtstroken. De weg wordt gebruikt als een driebaansweg. In andere landen heeft een driebaansweg een middenstrook waarover kan worden ingehaald, hetgeen volgt uit lijnen en pijlen. Dat soort gedoe hebben Italianen helemaal niet nodig. De derde baan is er niet, maar als de tegenliggers uiterst rechts blijven rijden, dan heb je eigenlijk een inhaalstrook. Er staat een lijn in het midden, soms doorgetrokken, soms onderbroken. Niemand doet er iets op uit. Hetzelfde geldt voor de borden die de maximum snelheid aangeven: dat is kleurige wegversiering. Na een dagje deelnemen heb ik geconcludeerd dat de verkeersregel in Italië is: "als je denkt dat het goed af zal lopen mag je inhalen".

Je moet goed opassen bij het inhalen dus, maar ook als je gewoon je eigen gangetje wil rijden terwijl je om je heen kijkt. Er kan namelijk een auto op je af komen die aanneemt dat je 'm zag en dat je dus uiterst rechts zult gaan rijden om een frontale botsing te voorkomen!

Na een tijdje vond ik het tijd voor wat afwisseling, en dus deze weg verlaten om een berg-pas op te zoeken. Omhoog via de noordhelling, eraf via de zuidhelling. De weg op de noordhelling was van de kwaliteit zoals ik die uit de Ardennen ken: kapotgevroren, de scheuren gedicht, en de volgende winter ernaast kapotgevroren. Wel een leuke afwisseling dus. De pas was niet erg hoog, en door de semi-snelweg in de buurt erg rustig. Het is wel één van de meeste bochtige die ik heb gezien. De omgeving is dicht begroeid met vrijwel uitsluitend loofhout. Ik kan me bijna niet voorstellen, dat het hier in de winter sneeuwt en goed koud is. Het groen ziet er mooi uit, alsof het gisteren nog regende. De bergweg rijgt dorpjes aaneen in een prachting glooiend landschap met hier en daar een prachtig vergezicht.

Uiteindelijk toch nog vrij snel in Rome aangekomen. Ik was een jaar geleden voor het eerst in Rome en heb toen alle cultureel verantwoorde dingen gedaan (Colosseum, l'Impériale, Spanish Steps (weet je al in wiens gezelschap?), talloze fonteinen, Het Vaticaan en de Sistijnse Kapel). Nu was het dus tijd voor iets véél leukers: De Grand Tour, volgens de methode Kuus.

Menno Kuus en ik hebben onderweg naar de motorraces op het circuit 'Cataluna' in 1995 ook Barcelona bezocht. Doel: eindje rijden, wat eten en dan terug naar onze slaapplaats. In Barcelona verloopt het verkeer wat minder geregeld dan in het Noorden. Er zijn veel bromfietsen en motoren, en de weggebruikers zijn daaraan gewend. Geen gedoe dus als je je tussen auto's doorwringt, niemand die klaagt als je rechts inhaalt. En dikke lol als Menno en ik bij het stoplicht wéér als eerste wegwaren. Deze manier van snel door een stad reizen (misdragen is een ander woord voor hetzelfde) heb ik de methode Kuus gedoopt.

In Rome en Napels behoeft men geen introductie - iedereen rijdt hier volgens de methode-Kuus. De verkeersregel hier moet wel luiden: "als het past, dan kan het en als het kan dan mag het". En dat geldt voor alles: links inhalen, rechts inhalen, vrachtwagen-motor-vrachtwagen sandwich, anderen snijden en gewoon in de weg rijden, over de stopstreep rijden in een poging vooraan te komen, links van vluchtheuvels inhalen, busbaan gebruiken, links 'voorsorteren' en dan rechts afslaan enzovoorts. Een Nederlandse politieagent zou aan één bonnenboekje per dag niet genoeg hebben (als ie iedereen te pakken zou krijgen).

Hier is alles normaal - de politie zwaait zelfs vriendelijk terug als ik weer een mooie stunt maak en de agent eigenlijk een beetje te laat zag. Dus maar even gewaaid... En moedig dat iedereen is! Ze halen mij in als ik even van het uitzicht geniet, terwijl ik dan nog 60 kilometer per uur ga. En ze rijden niet op een motor, maar op een scooter. Zonder helm, in korte broek (of rok, want de dames doen even dapper mee). En het is ongelofelijk wat men hiet vervoert! Ik heb een scooter gezien waar de duo passagier een TV vasthad. Een ander waar de wekelijkse boodschappen op de treeplanken waren opgestapeld. In Napels een vertrouwend jongetje van drie die net reikte tot het stuur (maar niets kon zien) die stond op de plaats van de boodschappen.

Na twee uur rijden/crossen door Rome, en daarna hetzelfde door Napels zou je verwachten dat je minimaal één ongeval hebt gezien. Niet dus. Al dat gescheur lijkt iedere keer weer goed te gaan. Het gaat wel vaak bijna fout. Ik draaide een straat in, en dacht "verdraaid, dit is een éénrichtings weg", want over de volle breedte van de straat kwamen mij (van links naar rechts) een vrachtwagen, een auto en twee brommertjes tegemoet. Maar het bleek een inhaalmanoeuvre te zijn, die vlot werd afgebroken toen ik in zicht kwam. De straat werd kennelijk weinig in mijn richting gebruikt - dezelfde actie ben ik nog eens tegengekomen. En het was echt een weg voor twee richtingen, met middenstreep en al. Ik kon het niet laten: later zelf ook maar eens zo'n inhaalactie geprobeerd. Maar goed dat ik geen haast heb...

Van Rome ben ik naar de kust gereden om een slaapplaats te vinden en eventueel een dagje over te blijven. Ik heb een camping gevonden, middenin de negorij, vol met Romeinen (kun je zien aan de kentekens van de auto's). Ik had de hele dag gereden en ben een biertje gaan drinken in het restaurant op de camping. Dat restaurant was vol met mensen, allen gegroepeerd rondom een enorme TV. De wedstrijd van Italië tegen (ben ik vergeten) was op de TV. Ik ben dus even gaan kijken. Naar de mensen, niet naar de voetbal, want daar houd ik niet van. Op één van de tafeltjes werd calamari geserveerd - ik ging door de knieën voor deze gefrituurde lekkernij, hoewel ik 's middags al gegeten had. Ik keek nog wat rond, en opeens begon de commentaar stem een hogere toon te krijgen. Toen het doelpunt viel waande ik me in een stadion! Iedereen stond te juichen! Alsof ze het doelpunt zelf hadden gemaakt! Het is vast en zekere erg leuk zó te kunnen meeleven met een gebeurtenis op TV.

De volgende ochtend besloten dat motorrijden veel leuker was dan in de zon liggen - op pad dus, langs de kust naar het zuiden. Ik ben gestopt om te eten aan de voet van de Vesuvius in een restaurant waar een aantal zakenlieden zaten. Heerlijk gegeten en daarna de Vesuvius op. Een tijdje staan praten met de man die 39 jaar lang de kabelbaan bediende, totdat die door blikseminslag werd vernietigd. Nu verkoopt ie boekjes over de Vesuvius. Hij claimt getuige te zijn geweest van de laatste uitbarsting. Ik vond de Vesuvius tegenvallen - een hoge berg met een krater dichtbij Napels. Vorige uitbarstingen hebben een Griekse stad, onderaan de Vesuvius met lava bedolven, en die lava is later uitgegraven. Nu kun je rondgeleid worden, maar ik had geen zin in een tourist trap.

De volgende plaats van belang is Paestum, de opgraving van een Romeinse nederzetting. Aldaar de tent opgeslagen en gaan slapen met het voornemen deze opgraving te gaan bezoeken. 's Ochtends was het licht bewolkt, maar ik was laat op (om 8 uur pas uit bed, na het nieuws via de wereldontvanger). "Eigenlijk is het perfect motorweer", dacht ik, "en van toerist spelen en in de zon liggen krijg ik toch de kriebels". Het besluit was snel gemaakt - snel inpakken en wegwezen. Té snel, zoals zou blijken. De aardige mevrouw van de overigens alweer lege camping was teleurgesteld dat ik haar verliet (en niet voor nog een nacht betaalde).

De weg was zo'n tweebaansweg die als driebaans wordt gebruikt. Juist toen ik dacht dat ik nu wel eens wat anders wilde zien werd de weg smal, zeer smal. Ik was alweer op een bergpas terechtgekomen; de dorpjes talrijk en de bewegwijzering cryptisch. In één van de dorpjes heb ik benzine gekocht - op zich niet bijzonder, maar deze keer gebeurde er iets dat ik me later pas zou realiseren. Ik heb m'n oorproppen niet uitgedaan en ik kon de pompbediende dus niet verstaan. Maar ik had hem ook niet veel te melden, en wat zou een pompbediende te vertellen hebben, zeker als ie geen andere taal dan vloeiend Italiaans spreekt?

De Italianen in het zuiden van dit land zijn behoorlijk anders dan de mensen uit het noorden van dit land. Naarmate ik zuidelijker kom, worden Engels, Duits maar ook Frans steeds minder gesproken: "Solo Italiano". De mannen worden morsiger, slechter verzorgd. De vrouwen blijven hetzelfde, meestal goed en verzorgd prettig geurend op hun brommertjes. De mensen, mannen én vrouwen, worden wel wat xenofoob; een vreemdeling uit een ver land wordt niet met nieuwsgierigheid, maar met vijandigheid bejegend. De mannen kijken je allemaal aan alsof je vanavond hun vrouw wil afpikken, of ze tijdens het voetbal zult verslaan (of misschien nog iets anders dat ze in mannelijkheid aantast). Er zijn uitzonderingen: sommigen zijn professioneel vriendelijk - de uitbaters van restaurants en andere gelegenheden. Van de stereo-type verhalen over diefstal merk ik eigenlijk weinig. Ik zie nauwelijks toeristen uit andere delen van Europa, wel wat Italianen uit andere delen van het land (vooral Turijn is goed vertegenwoordigd).

Het rijden langs de kust ging weer erg lekker - ik wist weer eens niet van ophouden. Ik ben de hele weg doorgereden naar Reggio Calabria (de neus van de laars die Italië op de landkaart vormt). Halverwege heb ik een uurtje gepauzeerd voor een lunch (wel lekker (pasta met mosselen), maar onbeschofte bediening). Daar merkte ik, dat de rits van het onderste vak van mijn tanktas openstond. Het kabeltje tussen mijn computer en de GSM telefoon ontbrak. Ik dacht, dat ik dat kabeltje wellicht in de tent had laten liggen en dat ie was ingepakt (ook al eens gedaan met m'n bril). Ik ben dus maar gewoon doorgereden naar de uiterste punt van Italië en daar op de boot gestapt naar Sicilië.

Toen ik de tent opzette kwam het kabeltje niet tevoorschijn. Ik heb werkelijk alles uitgepakt, maar kennelijk was de verbinding tussen mij en het Internet weg. En toen begon het mentaal overnieuw afleggen van de hele weg van die dag. Ik concludeerde, dat de kabel uit m'n tanktas moest zijn gevallen toen ik aan het tanken was en dat ik bovendien het ding niet op de grond heb horen terechtkomen.

Maar goed, ik was op Sicilië om de Etna te bekijken. Da's pas een vulkaan! Meer dan 3000 meter hoog en mét een rookpluim, zoals een zichzelf respecterende vulkaan dat behoort te hebben. De Etna heeft naast deze rookpluim ook permanent sneeuw en dus zijn er de onvermijdelijke skiliften. Ik was vroeg - op 2000 meter hoogte nog vóór het negen uur moest worden. Voor het eerst in dagen heb ik het koud gehad! De Etna heeft twee passen, een noordelijke en een zuidelijke. Voor de zekerheid heb ik beide bereden - de noordelijke is rustiger, want die is moeilijker bereikbaar. De weg naar de andere pas is nieuwer, makkelijker berijdbaar, ook voor autobussen. Die nieuwe weg is er niet voor niets - het ene moment rijd ik door een bos (vooral loofhout) en het volgende moment gaat het asfalt over van nieuw in spik-splinter nieuw, maar het bos is dan weg. Alleen grote, zwarte klompen lava, het overvloedig groen overspoeld door gestolde steen.

Ten zuiden van de Etna ligt een stad, één van de grootste van Sicilië. Ik aldaar op zoek naar een computerzaak. Ik trof een computer super store van een formaat waar België zich niet voor behoefde te schamen. Een Psion GSM Gold Card? Da's een vraag voor de goeroe. Er werd een pukkelig, ietwat te dik mannetje getoverd, een echte techneut, en die kende het product. "Mooi", dacht ik, "dat varkentje hebben we ook weer gewassen." Te vroeg, want hij had alleen de aankondiging gezien. Op voorraad was het natuurlijk niet; hij dacht dat de importeur de eerste zending uit Engeland nu iedere dag zou kunnen ontvangen. Of ik over twee weken kon terugkomen? Toen ik 'm naar de prijs vroeg moest hij het antwoord ook schuldig blijven.

Ik wilde via de kustweg die langs de Middellandse zee loopt (de zool van de laars) weer naar de hak rijden, waar Brindisi ligt. Brindisi is de meest zuidelijke havenplaats met een verbinding naar Griekenland. Het is een lange weg, maar wat is lang als je in Kroatië net 700 kilometer kustweg hebt gereden? Het eerste doel zou een plaats onder de hiel zijn (makkelijk. zo'n land dat op een laars lijkt) geheten Taranto. De afstand was 390 kilometer. Nadat ik zo'n 90 kilometer had gereden was de afstand volgens de borden ... 360 kilometer! En het verlies van dat stomme kabeltje zat me ook al dwars. Ik ben bij Catanzaro van de kustweg afgegaan, en heb de snelweg genomen in een poging terecht te komen bij een heel bepaalde benzinepomp. Nabij Sapri (bovenkant wreef, ter hoogte van de enkel) heb ik mijn tent opgeslagen - er was niet genoeg tijd tot zonsondergang om te gaan 'tanken'.

De volgende ochtend (een zondag) op m'n gemak opgestaan en de tent, de slaapzak en het slaapmatje achtergelaten en de bergpas gereden met acht kilo minder bepakking. Na het bijstellen van de veervoorspanning van het achterwiel was er eigenlijk geen verschil, maar dat ter zijde. De benzinepomp was erg snel gevonden, en was nog open ook! "En goed voorteken", dacht ik, en legde de pompbediende uit, wat er voorgevallen was. Hij was niet geïnteresseerd in mijn futiele problemen en hij was al helemaal niet bereid z'n collega thuis op te bellen. Na enig aandringen hebben we de ruimte achter de kassa en een soort privéverblijf doorzocht. Kabeltje was weg... Die middag mijzelf nuttig gemaakt en al m'n spullen gewassen, alsmede wat slaap ingehaald. Tevens JC en Sandra gebeld en (mede) gevraagd of een mailtje namens mij kon worden verstuurd. Menno gebeld en gevraagd of ie het adres van de Griekse importeur (ik hoopte in Athene) voor me kon organiseren - hij dacht van wel en zou me maandag terugbellen.

Die maandag naar Brindisi gereden, dwars door de binnenlanden van Zuid-Italië. Geen hoge snelheden, geen zeewind. En warm! Naarmate de zon hoger stond, kwam ik dieper het binnenland in - om tien uur al dertig graden warme rijwind. Het landschap gaat vanaf de Middellandse Zee heel steil omhoog naar ongeveer 600 meter. Hier is het groen ogenschijnlijk de afgelopen uren besproeid - wat een enorme verandering een beetje hoogteverschil te weeg kan brengen! Daarna gaat het langzaam weer naar beneden, het landschap wordt vlakker. Maar ook wordt het ruiger - geen menselijke bemoeienis, afgezien van een kilometerslange pijp vanaf een stuwmeertje. Hier loopt de temperatuur het hardst op, totdat ik in gecultiveerd terrein kom, waar de akkers worden geïrrigeerd. Plots daalt de temperatuur voelbaar - controle van de thermometer leert dat het bijna 2 graden scheelt! Ineens begrijp ik iets van de zorg van natuurbeheerders over de verdamping die de besproeiïng van akkers veroorzaakt.

Ik was al vroeg in Brindisi, nog voor het middaguur. Het zoeken naar een plaats op de Ferry naar Athene leverde een probleem op: Er is geen Ferry naar Athene. Wel naar Patra, ongeveer 170 kilometer van Athene. Maar: die heeft geen cabines meer vrij... En zoektocht langs de andere kantoortjes leverde een ander schip op, maar dat was een stuk langzamer, en nog duurder ook. Ik heb dus kaartjes gekocht voor de Pullmann stoelen, en voor mijn brommertje natuurlijk. De boot zou om acht uur 's avonds vertrekken, het inschepen zou om zes uur beginnen. Een bijna volledige middag te besteden. Eerst maar eens op zoek gegaan naar een restaurant, volgens de beproefde methode. Geen toerist in de tent, alleen autochtonen. En het liefst een tent die niet opvalt door een groot bord, maar wel vol zit. "Trattoria di Mario" werd het. Een fantastisch galgemaal, want het was mijn laatste in Italië. Aangevangen met rauwe octopusjes (compleet, alleen de ingewanden en de ogen verwijderd), garnalen, krab, zalmsalade en brood (dit heet antipasta), gevolgd door een variant op de primi piatti (want dat is meestal pasta): een rijstschotel met mosselen, oesters enzovoorts (deze kok kan zich beter tot het koken van pasta beperken, want de rijst was eigenlijk te nat en veel te gaar). Als secondi piatti (het eigenlijke hoofdgerecht) een vis die ikzelf had uitgezocht in een enorme berg verschillende vissen bovenop zo'n lading ijs. Na de koffie een stukje gaan rijden en een GSM paal gezocht, want daaronder staand heb je beste verbindingen.

Menno had alles al onder controle: Psion is niet te koop in Griekenland, want er is geen importeur. Maar het kabeltje was al geregeld, een koerier stond klaar. Gevraagd de zending te laten afleveren bij American Express in Athene. Door de inzet van Menno (en Acotec?) was mijn probleem heel snel weer opgelost. Driewerf hoera voor Menno!

De motor had deze ochtend ook nog een verrassing voor me: de nieuwe top-case steun heeft het gepresteerd om zonder de hulp van een top-case op dezelfde plaats te breken! Dat komt, omdat ik de slaapzak en mijn isolatiepak (de lichtste zaken gaan het verst achterop) kennelijk zó vastsnoer, dat de top-case steun weer afbrak. Want door mijn rijstijl kan het niet komen... En dus naar een werkplaats. Maar waar? Op het industrieterrein maar wat gaan rondrijden, en de eerste de beste waar ik aankwam was raak. De mannen aldaar werken de hele dag aan zware spullen en dus lag ineens alle werk stil toen ik op dat fijn-mechanische dingetje kwam binnenrijden. Zelfs de baas kwam uit z'n kantoor om te kijken wat er aan de hand was en toen werd iedereen weer aan het werk gestuurd (verdraaide bazen!). Eén van de mannen van de administratie bleek Frans te spreken en ik legde uit wat mijn bedoeling was. Dat werd overgebracht aan een metaalbewerker, terwijl ik de top-case steun met eigen gereedschap van de motor sloopte. Met een boor dwars door de steun heengeboord en de zaak vastgezet met schroeven die met een haakse slijper op maat gemaakt waren. "Betalen?" "Geef ons allemaal maar een biertje." Ik dacht dat een krat wel 15.000 lire zou kosten, maar men wilde echt niet meer dan 10.000 lire (210 frank of 11 gulden) accepteren. Prettig geregeld!

In de namiddag onder het genot van anderhalve liter water (wat warm is het op zo'n kade) wat staan babbelen met de andere wachtenden: vooral Noord-Europeanen van Griekse of Turkse afkomst in grote auto's die tot de nok (imperiaal, dus) volgestouwd waren. Leuke mensen, met wie je anders nooit in kontakt komt. Wel typisch 'gastarbeiders': het hele gezin (in één geval drie generaties, want oma was ook mee) in een volle auto vol met weemoedige muziek van het geboorteland van vader. In sta in die gevallen wel glashard te liegen over mijn eigen omstandigheden, want de maatschappelijke kloof is enorm en voel ik me haast schuldig over de hoeveelheid geluk die ik al heb gehad. En dan ga ik ook nog even de droom van velen verwezenlijken.

Om stipt zes uur ving het inschepen aan - ikke het eerst (want ik pas met die motor overal tussendoor). Mooi plekje bij de uitgang uitgezocht, en begonnen met vastzetten. De nieuwsbrief van Global Travel Information had al eens melding gemaakt van omgevallen, beschadigde motoren in ferry boten en ook deze boot had geen sjormateriaal voor klein spul (wel voor de vrachtwagens van veertig ton). Maar ik heb de tip toen ter harte genomen en eigen sjorbanden ingepakt. Eén van de officieren had ook een motor bij zich: een nieuwe Yamaha Téneré. En jawel hoor: die werd ook wel degelijk vastgezet, hoewel de overtocht een zeer kalme was.

Op het dek aangekomen de purser gevraagd of ie een hut, of één bed in een grote hut over had. Ik dacht dat dat makkelijk zou gaan lukken, want ik had alleen talloze vrachtwagens (met slaapcabine) gezien, en slechts een paar mensen met een personen auto. Ik was de enige met een motor. De purser zei dat ik, als we uit de haven waren nog maar eens moest komen vragen. Ik ben weer op het achterdek gaan staan om te genieten van de bedrijvigheid achter het schip. Mannen in smetteloos wit die met een fluitje en veel gescheld de vrachtwagens één voor één naar binnen dirigeren. En toen gebeurde het. Er kwam een bus. Een volle. Met Amerikaanse bakvissen en bijbehorende jonge jongens, op een 'educational tour'. En toen kwam er nog zo'n bus, en nog een. En de slaapplaats waarin ik ademend in het ritme van die enorme scheepsdiesel zo heerlijk had kunnen slapen was ingepikt door een stel kinderen.

Aanvankelijk wat rondgehangen in de bar, maar die was vol met die achttien-jarigen, met wie geen fatsoenlijk gesprek te voeren viel. In de sectie met de Pullmann stoelen zaten een paar Mexicanen (op wereldreis met een rugzak). Daar heb ik een tijdje mee gepraat, maar zij wilden gaan slapen. Dat heb ik toen ook maar gedaan. Het was erg koel in de ruimte waar we zaten, door een al te fanatieke airconditioner. Ik had aanvankelijk wat schroom, maar de oplossing van 10 jaar geleden werkte nog steeds. Ik ben naar de motor gegaan en heb er mijn slaapzak vanaf gehaald, en ben op de grond gaan slapen. Ik werd wel doorlopend gestoord, maar de volgende ochtend aan het ontbijt merkte één van de Mexicanen op dat ie erge spijt had dat hij geen slaapzak bij zich had. Hij had de hele nacht kou geleden en helemaal geen oog dichtgedaan.

Bij aankomst in Patra... (volgende keer weer verder)

Yasou! (Da's 'tot ziens', maar soms ook 'hallo' in het Grieks)

Adriaan


terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering