terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering

Solo van BelgiŽ naar AustraliŽ op een BMW R1100 GS motorfiets.

Derde verslag - 31 mei t/m 1 juni 1998...

Na ontvangst van mijn laatste bericht weten jullie inmiddels dat ik BosniŽ weer heb verlaten. Dit is de manier waarop:

Ik was van plan BosniŽ, waar ik me in een oorlog waande, te verlaten via het kortst mogelijk pad maar liever niet de weg waarover ik gekomen was. En dus op weg naar Zenica. In Zenica aangekomen bleek dat ik eigenlijk al gewend was aan de omgeving: mijn gevoel van onveiligheid was tanende. Van Zenica wilde ik naar de kust, naar Split. Want daar vertrekken boten naar Rijeka, en van Rijeka is het slechts een klein stukje terug naar ItaliŽ.

Maar zoals gezegd: De kogelgaten begonnen al een onderdeel van de omgeving te worden - ik zag eigenlijk meer en meer van de mooie omgeving en steeds minder de geweldssporen. Van Zenica ging het dus naar Banja Luka. Ik kwam terecht op een klein weggetje, dat wel in de goede richting liep (volgens het kompas) maar nooit de doorgaande weg naar Banja Luka kon zijn. De weg ging van verhard over in een soort door de Romeinen aangelegde met natuursteen geplaveide weg, om vervolgens helemaal onverhard te zijn. Ik passeerde een kleine gemeenschap - de mensen lieten hier zelfs hun werk (ja, ook op Pinksterzondag - wat heb ik nog veel te leren over religies) in de steek om me na te kijken. Maar daarvoor had ik inmiddels een plausibele verklaring - ze waren kennelijk aan het toeristje-kijken.

De omgeving is hier prachtig. Een onverharde weg is een leuke afwisseling na asfalt, en de weg was er duidelijk ťťn die leidde naar weinig bezochte plaatsen. Ik rijd hier in een vallei, die telkens nauwer wordt, terwijl ik steeds hoger klim. De mensen in de gemeenschap zagen hout (de mannen doen dat) en kloven gezaagde stammen (de vrouwen hanteren de bijl) gezamelijk voor het hele dorp. Ik zie bij de huizen de boomstammen in hun verschillende stadia onderweg naar de haard of oven. Meer dan ťťn familie werkt telkens aan een stapel hout. Nadat ik het dorp verlaat kom ik nog wat vissers en veehoeders tegen. Allen kijken op van mijn verschijning.

Ik passeer een vrachtwagentje. Dat begint luid te toeteren, en zet de achtervolging in. Ik stop dus maar, en keer om in een poging uit vinden wat er aan de hand is. De bestuurder en passagiers spreken geen andere talen dan Bosnisch, maar "serbska territoria", "mine" en "UNPROFOR: not go", gecombineerd met de moeite die ze doen tot me door te dringen, geven mij het gevoel dat ik onderweg naar Banja Luka door Servisch gebied rijdt, gebied dat niet is vrijgegeven door de SFOR mijnen-opruimingsdienst. Een onverharde weg ie een leuke afwisseling, een landmijn is dat niet. Ik keer om.

Terug naar de hoofdweg. Ik volg de hoofdweg en stuit op een kapotte dalbrug. Alle verkeer wordt omgeleid via een weg (een onverharde weg, joepie!) door het dal. Het blijkt veruit het leukste deel van de hoofdweg naar Banja Luka te zijn. De omgeving is fraai, de heuvels ongeveer van de maat die we in de Ardennen hebben. Het rijdt lekker en ik zie nu zelfs minder oorlogschade. Waarschijnlijk was het hier iets minder gewelddadig.

Vanaf Banja Luka naar de grens met KroatiŽ gaat via Sanski Most, dat bereikbaar is via Prijedor. Nou zal je dat weinig kunnen schelen, maar Prijedor is niet aangegeven, en Sanski Most wel. Dus wat doe je dan? Je gaat dus over de aangegeven weg. Een onverharde weg die helemaal niet via Prijedor gaat. Binnendoor, 75 kilometer, over een soort zandpad waar niemand, behalve een paaar schaapskuddes overheengaan. Fantastisch!

Halverwege kwam ik SFOR militairen tegen. Uit de Republiek TsjechiŽ. Aardige mannen: de rest van de weg tot aan Sanski Most is mijnen vrij. Ze zijn net bezig de zaak in kaart te brengen: Eťn van de mannen zit op de motorkap met een video camera op z'n schouder. Ik word uitgebreid gefilmd, incluis m'n nummerplaat, die aardig grijs van stof en modder is, net zoals ikzelf. Alle vier inzittenden komen uit de Jeep om met me te praten - alhoewel we elkaars taal helemaal niet spreken.

Had ik al gezegd dat ik me aan het bekwamen ben ik het Nederlands-spreken-met-iedereen? Je praat Nederlands, wetende dat men je niet verstaat, maar uit je intonatie en gezichtsuitdrukking, soms aangevuld met gebaren, begrijpt men je toch. Werkt veel beter dan helemaal niets zeggen...

Vanaf Sanski Most gaat het binnendoor (maar wel verhard) naar Bihac. Het landschap wordt opnieuw wat vlakker, ongeveer zoals Zuid-Limburg. De omgeving wordt echter gedomineerd door kapotgeschoten, verlaten huizen. Na 30 kilometer lang huizen-zonder-bewoners te hebben gezien begin ik me af te vragen waar de bewoners zijn. Dan begin ik ook de eerste gedenktekens te zien. Ieder dorpje z'n eigen gedenkplaats, de namenlijsten verschillend in lengte. Ik begin na te denken over de Journaals die ik zag vanuit mijn luie stoel over mensen die vermoord of gevlucht waren, en dat ik dacht: "Alweer dat gezeik over JoegoslaviŽ". Ik denk er anders over, nu. Of ik toekomstige Journaals ook anders zal bekijken moet nog blijken.

Overigens, meer van huishoudelijke aard: Ik raak ook steeds meer opgetogen over het uitstel van deze wereldreis. Het laatste jaar heb ik in de Ardennen geoefend, en dat komt me heel goed van pas. Ik ken mijn brommertje (verhuiswagen, volgens sommigen) beter dan een jaar geleden, en de in de Ardennen gezwete peentjes hoef ik bij 25 graden niet overnieuw te doen. Ook heb ik op het allerlaatste moment besloten de top-case achter te laten. Als ik dat niet gedaan had, dan was ie nu zeker een keer of drie uit de ophanging gebroken, want ik faal in te zien welk verband bestaat tussen het soort wegdek en de gereden snelheid. (Da's een eufemisme voor "Ik knal ook over zandpaden", maar dat mag m'n moeder niet weten.)

Vanaf Bihac naar de (Kroatische) kust leidt me langs nog vele, vele kilometers verlaten woningen, vele mooier gelegen dan mijn eigen huis. Bijna alle gebouwen zijn groter dan mijn huis. Stel je eens voor: De Wallonen besluiten alle Nederlanders dood te schieten, en hun huis in brand te steken (en er zijn veel Nederlanders met een vakantie woning bij mij in buurt). De oorlog begint me in m'n botten te kruipen - het is hoog tijd het gebied te verlaten.

Ik stop, doe m'n oorproppen in (ik had kennelijk al iets voorzien toen ik inpakte), hoewel die krengen na drie uur verschrikkelijk pijn doen, en geef gas in westelijke richting. Ik bereik de kust om 20:30, na exact 12 uur rijden. Ik zet de tent op temidden van een groep Nederlandse en Duitse vakantiegasten. Ik ga (knoflookrijk) eten in zo'n verachtelijke toeristentent maar het smaakt heerlijk.

Groetjes uit KroatiŽ,

Adriaan

(Ik heb pas een paar keer geschreven "Groetjes uit...", maar ik voel me nu al als Sonja ("...en morgen gezond weer op") Barend - als je suggesties hebt.....)


terug naar de vorige aflevering terug naar het overzicht verder naar de volgende aflevering